Gisteren de verlenging van de finale van het WK ontvlucht, omdat ik het niet langer kon aanzien. Het ging niet lekker voor Nederland, geen gelukjes dit keer en hard spel. Het gaat tenslotte wel ergens om. Als er uren van mijn leven lang geduurd hebben, zijn het deze wel. Blij dus dat het tijd was om de hond uit te laten. Als er iets positiefs gebeurt, hoor je op straat toch wel het gejuich. Ondanks het feit dat ik de hond zo lang mogelijk liet snuffelen op alle plekjes die ze maar wilde, ik hoorde geen gejuich. Wel een keer een krachtterm, maar die was ook niet weer zo hard dat de tegenstander gescoord zou hebben.
Ik liep net zo lang door, tot ik vermoedde dat ze aan de strafschoppen begonnen waren. Toevallig stond er langs de wandelroute een tv toestel met goed uitzicht vanaf de straat. En laat ik daar nu net op dat moment zien hoe Spanje scoort op het eind van de verlenging. Ik bleef nog even staan of ik het echt goed gezien had, maar natuurlijk had ik het goed gezien. Nog geen dertig meter verderop kwam ik een groep jonge meisjes tegen die uiting gaven aan hun afkeer van Spanje. Zij hadden duidelijk hun eerste WK trauma opgelopen.
Wat mag je je dan gelukkig prijzen dat je al eerder WK trauma’s hebt opgelopen. En waarschijnlijk veel ergere trauma’s. De winst in de finale van ’74 is ons ontstolen door een onterechte strafschop na een ‘Schwalbe’van Duitsland. De tweede finale konden we toch eigenlijk niet winnen doordat we tegen het hele stadion in Argentinië speelde. De elf spelers van Maradonna’s team werden ondersteunt door tienduizenden landgenoten die het bloed van Holland wel konden drinken. Maar deze finale in Zuid-Afrika was anders. Natuurlijk hadden we goed voetbal gespeeld tot aan de finale.
Maar dat is niet genoeg. Je moet in de finale zien te scoren. Dat de kranten vandaag schrijven dat de goal te wijten was aan het feit dat de scheidsrechter een terechte hoekschop aan Nederland niet gegeven heeft, waardoor Spanje in de rebound kon scoren doet mij niets. Dat stukje heb ik gelukkig net gemist op tv. Dit keer voor mij geen trauma, ik hoef niet meer. De pijn van ’74 is genoeg voor alle WK’s die nog gaan komen. Maar nu we drie keer een finale verloren hebben, zijn we voor de rest van deze eeuw de eeuwige underdog. Wij zullen nooit meer favoriet zijn.
Ken je die mop van de Nederlanders die drie keer de finale gespeeld hebben? Ze wonnen geen een keer. Zo zullen wij de geschiedenis ingaan. Als eeuwige tweede, net als Joop Zoetemelk. Maar, zoals we allemaal weten: op het moment dat wij ons al lang hadden neergelegd bij het feit dat Joop Zoetemeld nooit meer de tour zou winnen, won hij hem toch. Niet mooi, niet als sterkste, maar hij won. Dat kan dus ook altijd nog een keer. Wij kunnen dus ook de WK finale nog een keer winnen. Niet tijdens het toernooi waarop we het mooiste voetbal spelen, het meest een eenheid zijn, alle zes wedstrijden voor de finale op rij winnen, een coach hebben die erin gelooft. Nee, juist als we met de hakken over de sloot door de poule komen. Lelijk voetballen en alle kansen missen en slechts door penalty’s verder komen. Een coach hebben die halverwege het toernooi zijn twijfels over diverse spelers van het team uit, en een belangrijke speler moeten missen die net voor het WK geblesseerd raakt en niet mee kan. Misschien hebben we dan een kans en winnen we toch nog ooit een keer de finale. Dan zijn alle Nederlanders voorgoed het trauma voorbij.
Maar zolang dat nog niet het geval is, enkele relativerende opmerkingen tot slot:
Voor Johan Cruijff zal het toch een opluchting zijn dat Van Bronckhorst niet is gelukt, wat hem ook niet is gelukt. Zo blijft de mythe Cruijff nog decennia in stand. En voor iedereen die de finale van ’74 heeft meegemaakt: We waren toen toch echt het ultieme droomteam? Als het ooit had moeten lukken, was het toen.
De woonboten in Amsterdam zullen in ieder geval niet bezwijken onder de Oranjefans. De bewoners ervan zullen rustig slapen vannacht. Voor Eberhard van der Laan als nieuwe burgemeester toch ook een meevallertje! Denk eens aan de mogelijke schadeclaims.
We zijn wel even vice-wereldkampioen geworden. Laten we gewoon Duits denken en niet dat Hollandse naar beneden gepraat. Met zestien miljoen inwoners, 1 van de kleinste landjes van de wereld, maar wel mooi vice-wereldkampioen. Denk groot!
maandag 12 juli 2010
donderdag 8 juli 2010
Spanje, de nieuwe 'Angstgegner' van Holland?
Gisteren heeft het Spaanse voetbalelftal laten zien dat je gewoon de halve finale kunt winnen door 90 minuten te blijven voetballen en je eigen spel te blijven spelen. Wat verbaasde, was dat Duitsland hun hier ook de kans voor bood. Van het Duitse elftal, zoals dat gisteren op het veld stond, zou Nederland in de finale zeker ook gewonnen hebben. Dan was het trauma dat bijna alle Nederlanders boven de 45toen hebben opgelopen voorgoed van de baan geweest. Zelf had ik na deze finale vooral een hekel aan Franz Beckenbauer. Van alle Duitsers gunde ik vooral hem de titel niet, omdat hij een arrogantie uitstraalde van hier tot Tokio en weer terug.Ze hebben toen gewoon gewonnen door een Schwalbe (de eerste keer dat ik dat woord hoorde) die tot een strafschop leidde. Een beetje minder arrogantie was wel op zijn plaats geweest.
Helaas, we kunnen zondag niet zingen: “Deutschland, Deutschland, alles ist vorbei.” Daarom heb ik het gisteren maar vast gedaan. Spanje heeft verdiend gewonnen, want heeft gewoon beter gespeeld. Maar of ze nu zo sterk zijn? Tegen dit Duitsland hebben ze dat niet kunnen bewijzen. Van alle deelnemende landen aan het WK had minstens de helft van dit Duitse team kunnen winnen. Veel kansen zijn er eigenlijk niet geweest voor Spanje en de paar goede kansen die ze kregen werden op 1 na niet benut.
Maar toch zijn ze een Angstgegner, zoals dat in het Duits zo mooi heet. Want is Spanje niet Europees Kampioen? Zit er niet zoveel talent in het team dat dat op zich al angstaanjagend is? En van de twee finales die Nederland tot nu toe heeft gespeeld, heeft Nederland er tenslotte twee verloren. Twee trauma’s, al was de tweede keer verliezen niet zo erg als de eerste keer, omdat daar ook nog een oneerlijke strafschop bij betrokken was. Het is alweer 36 jaar geleden, maar de emoties kan ik me nog herinneren alsof het gisteren was.
Nu hebben we dus in Spanje een nieuwe tegenstander voor onze derde WK finale. Zo’n derde keer moet het toch lukken, zou je zeggen. Het Nederlandse gezegde: drie keer is scheepsrecht zal toch wel ergens op gebaseerd zijn? Als dat niet zo is, gebruik ik het voortaan niet meer.
Het zou fijn zijn als zondag het Nederlands elftal op zijn best is. Van Persie perst er toch nog een doelpunt uit, Van der Vaart scoort vanuit een terecht gegeven penalty en zendt een luchtkusje naar Sylvie. Arjen Robben scoort ook met de andere kant van zijn hoofd, en de verdediging zet de Spanjaarden klem, waardoor ze na hun eerste goal geen kant uitkunnen behalve misschien naar eigen doel. De Zilvervloot wordt verruild voor de Goudenbeker. Ik verheug me al op het interview met Frank de Boer als assistent coach na de wedstrijd. Dat wordt het gouden tv moment van het jaar. De tranen van Giovanni Van Bronckhorst, die afscheid neemt van het voetbal met een wereldtitel. En Yolanthe die half juli dan met haar gekroonde droomprins kan trouwen en aan een eigen elftalletje kan gaan werken (dat zal Jan Smit een lesje leren).
Mijn voorspelling: Spanje –Nederland 1 -3
Helaas, we kunnen zondag niet zingen: “Deutschland, Deutschland, alles ist vorbei.” Daarom heb ik het gisteren maar vast gedaan. Spanje heeft verdiend gewonnen, want heeft gewoon beter gespeeld. Maar of ze nu zo sterk zijn? Tegen dit Duitsland hebben ze dat niet kunnen bewijzen. Van alle deelnemende landen aan het WK had minstens de helft van dit Duitse team kunnen winnen. Veel kansen zijn er eigenlijk niet geweest voor Spanje en de paar goede kansen die ze kregen werden op 1 na niet benut.
Maar toch zijn ze een Angstgegner, zoals dat in het Duits zo mooi heet. Want is Spanje niet Europees Kampioen? Zit er niet zoveel talent in het team dat dat op zich al angstaanjagend is? En van de twee finales die Nederland tot nu toe heeft gespeeld, heeft Nederland er tenslotte twee verloren. Twee trauma’s, al was de tweede keer verliezen niet zo erg als de eerste keer, omdat daar ook nog een oneerlijke strafschop bij betrokken was. Het is alweer 36 jaar geleden, maar de emoties kan ik me nog herinneren alsof het gisteren was.
Nu hebben we dus in Spanje een nieuwe tegenstander voor onze derde WK finale. Zo’n derde keer moet het toch lukken, zou je zeggen. Het Nederlandse gezegde: drie keer is scheepsrecht zal toch wel ergens op gebaseerd zijn? Als dat niet zo is, gebruik ik het voortaan niet meer.
Het zou fijn zijn als zondag het Nederlands elftal op zijn best is. Van Persie perst er toch nog een doelpunt uit, Van der Vaart scoort vanuit een terecht gegeven penalty en zendt een luchtkusje naar Sylvie. Arjen Robben scoort ook met de andere kant van zijn hoofd, en de verdediging zet de Spanjaarden klem, waardoor ze na hun eerste goal geen kant uitkunnen behalve misschien naar eigen doel. De Zilvervloot wordt verruild voor de Goudenbeker. Ik verheug me al op het interview met Frank de Boer als assistent coach na de wedstrijd. Dat wordt het gouden tv moment van het jaar. De tranen van Giovanni Van Bronckhorst, die afscheid neemt van het voetbal met een wereldtitel. En Yolanthe die half juli dan met haar gekroonde droomprins kan trouwen en aan een eigen elftalletje kan gaan werken (dat zal Jan Smit een lesje leren).
Mijn voorspelling: Spanje –Nederland 1 -3
maandag 5 juli 2010
Thuisbevalling: alleen nog voor de topsporters onder aanstaande moeders?
Het afgelopen weekend stonden de kranten weer vol met de discussie rond de volgens kenners hoge babysterfte in Nederland. Nu wordt de discussie aangezwengeld dat verloskundigen meer moeten consulteren met de gynaecologen. De risico’s zouden beter ingeschat moeten worden, dat zou zo’n 500 baby’s in Nederland het leven kunnen redden.
Het klinkt heel mooi. Iedereen in Nederland wil toch dat zoveel mogelijk baby’s levend geboren worden. Als je het verdriet kent van een ouderpaar dat na negen maanden zwangerschap met lege handen overblijft, weet je genoeg. Maar om de babysterfte in Nederland naar beneden te willen brengen door het thuisbevallen alleen nog maar voor topsportmoeders te reserveren, kan toch niet de oplossing zijn? Ook het zo snel mogelijk doorverwijzen naar gynaecologen kan toch niet het antwoord zijn?
Wie kent er niet het verhaal van de vrouw die tijdens haar zwangerschap in verband met risico’s wordt doorverwezen naar de gynaecoloog, maar als de bevalling zich aandient alleen een co-assistent aanwezig is. De gynaecoloog is toevallig net naar huis omdat het avondeten op tafel staat. Iemand die ik ken is zelfs zonder arts of co-assistent bevallen in een kamertje. Daar had van alles mis kunnen gaan.
Ook de verhalen over doodgeboren kinderen in ziekenhuizen waar telkens de gynaecoloog om consult is gevraagd, maar die niet komt lees je regelmatig in de krant. Het zal je maar gebeuren als je met het verdriet van een doodgeboren kind zit terwijl later blijkt dat tijdig ingrijpen het leven van je zo gewenste kind gered zou hebben.
Zolang we in Nederland nog geen garantie hebben dat vrouwen die in ziekenhuizen bevallen ook gegarandeerd de zorg krijgen die ze nodig hebben, dus 24 uur rond goede bezetting door gynaecologen is de discussie rond verloskundigen en thuisbevalling slechts een discussie rond een deel van het probleem. Laten we nu eens een goed onderzoek verrichten naar welke omstandigheden ervoor kunnen zorgen dat de babysterfte daadwerkelijk omlaag gaat. Niet de zwarte piet bij de verloskundigen leggen en dan daarbij nog suggereren dat zij niet tijdig doorverwijzen omdat dat hun geld kost.
Zelf ben ik drie keer bevallen onder leiding van een verloskundige. Tijdens alledrie de zwangerschappen ben ik zodra er iets van een complicatie dreigde (zoals zwangerschapssuiker, voorliggende placenta of ruim overtijd zijn) doorverwezen naar het ziekenhuis. Na uitsluiting van risico’s kon ik gelukkig thuis bevallen, waardoor ik me goed op mijn gemak voelde en de geboortes goed verliepen. Ik ben blij dat in Nederland de begeleiding rond de zwangerschap bij verloskundigen zo goed is geregeld dat ook niet-topsportmoeders thuis kunnen bevallen.
Maar natuurlijk moeten we alles doen om de risico’s rond de geboorte zoveel mogelijk uit te sluiten. Daar kan niemand tegen zijn. Maar kijk dan wel heel breed en gebruik niet de zoveelste tunnelvisie.
Het klinkt heel mooi. Iedereen in Nederland wil toch dat zoveel mogelijk baby’s levend geboren worden. Als je het verdriet kent van een ouderpaar dat na negen maanden zwangerschap met lege handen overblijft, weet je genoeg. Maar om de babysterfte in Nederland naar beneden te willen brengen door het thuisbevallen alleen nog maar voor topsportmoeders te reserveren, kan toch niet de oplossing zijn? Ook het zo snel mogelijk doorverwijzen naar gynaecologen kan toch niet het antwoord zijn?
Wie kent er niet het verhaal van de vrouw die tijdens haar zwangerschap in verband met risico’s wordt doorverwezen naar de gynaecoloog, maar als de bevalling zich aandient alleen een co-assistent aanwezig is. De gynaecoloog is toevallig net naar huis omdat het avondeten op tafel staat. Iemand die ik ken is zelfs zonder arts of co-assistent bevallen in een kamertje. Daar had van alles mis kunnen gaan.
Ook de verhalen over doodgeboren kinderen in ziekenhuizen waar telkens de gynaecoloog om consult is gevraagd, maar die niet komt lees je regelmatig in de krant. Het zal je maar gebeuren als je met het verdriet van een doodgeboren kind zit terwijl later blijkt dat tijdig ingrijpen het leven van je zo gewenste kind gered zou hebben.
Zolang we in Nederland nog geen garantie hebben dat vrouwen die in ziekenhuizen bevallen ook gegarandeerd de zorg krijgen die ze nodig hebben, dus 24 uur rond goede bezetting door gynaecologen is de discussie rond verloskundigen en thuisbevalling slechts een discussie rond een deel van het probleem. Laten we nu eens een goed onderzoek verrichten naar welke omstandigheden ervoor kunnen zorgen dat de babysterfte daadwerkelijk omlaag gaat. Niet de zwarte piet bij de verloskundigen leggen en dan daarbij nog suggereren dat zij niet tijdig doorverwijzen omdat dat hun geld kost.
Zelf ben ik drie keer bevallen onder leiding van een verloskundige. Tijdens alledrie de zwangerschappen ben ik zodra er iets van een complicatie dreigde (zoals zwangerschapssuiker, voorliggende placenta of ruim overtijd zijn) doorverwezen naar het ziekenhuis. Na uitsluiting van risico’s kon ik gelukkig thuis bevallen, waardoor ik me goed op mijn gemak voelde en de geboortes goed verliepen. Ik ben blij dat in Nederland de begeleiding rond de zwangerschap bij verloskundigen zo goed is geregeld dat ook niet-topsportmoeders thuis kunnen bevallen.
Maar natuurlijk moeten we alles doen om de risico’s rond de geboorte zoveel mogelijk uit te sluiten. Daar kan niemand tegen zijn. Maar kijk dan wel heel breed en gebruik niet de zoveelste tunnelvisie.
woensdag 30 juni 2010
Kabinetsformatie door naar kwartfinale en Oranje ook
De kabinetsformatie na de verkiezingen van begin juni is in de kwartfinale beland. Er zitten partijen aan tafel die gaan uitzoeken of ze er samen uit kunnen zien te komen op heikele punten, zoals de hypotheekrenteaftrek en het wel of niet verkorten van de WW. De partij van Wilders is niet aan zet. Die haalde het niet eens in de groepspoule, om in voetbaltermen te spreken. Niet omdat Wilders de kans heeft gekregen om na zijn belangrijkste breekpunt ook al het andere PVV gedachtegoed op de onderhandelingstafel te gooien. Het CDA wil niet eens met hem aan tafel zitten voordat hij een soort voorakkoord heeft gesloten met de VVD. Misschien was het handig geweest om als CDA al in de verkiezingsstrijd aan te geven dat de PVV voor het CDA een breekpunt was, maar elke keer werd dit juist niet uitgesproken terwijl men wel de mond vol had over het breekpunt van de hypotheekrenteaftrek. De kiezers van de PVV voelen zich bedrogen, maar door wie eigenlijk? Toch niet door het CDA, want daar hebben ze niet op gestemd.
Verder verbaas ik me over de geluiden dat de PVV perse in de regering zou moeten komen. De reden die wordt gegeven is dat het de partij is die het meest gewonnen heeft. Maar dat “meest gewonnen”is toch ook weer relatief, aangezien de VVD en de PvdA toch groter zijn geworden. Het gaat niet alleen om het binnenhalen van nieuwe kiezers, maar ook om de kiezers die standvastig op dezelfde partij blijven stemmen. De meeste stemmen tellen nog altijd, en niet perse de grootste winst tov de vorige verkiezingen.
Maar nu lijkt er toch wat schot in de formatie te komen. Er is een mogelijkheid van VVD, CDA, PvdA aangevuld met D’66 en Groen Links. Een rechts/links combinatie of een middenpartijenkabinet plus-plus of hoe je het ook wilt noemen ligt binnen de mogelijkheden. En het zomerreces staat voor de deur en daarom willen we toch ook snel resultaat zien. Met deze vijf partijen in een breed gedragen kabinet valt er voor alle partijen die deelnemen veel te verliezen. Aan de rechterkant zal zo’n kabinet de toorn van de PVV op zich afroepen en aan de linkerkant de hoon van de SP. En het gelovige deel van het kabinet zal door de SGP aan de tand worden gevoeld. Maar is het daarom een slechte keus? Misschien is het wel de enige keus.
Ik denk dat dit het enige kabinet is dat op dit moment kans van slagen heeft. Gezamenlijk de lasten dragen van de immense bezuinigingen. En dan moeten de PVV en de SP maar vier jaar lang roepen dat zij het allemaal anders gedaan zouden hebben als ze in de regering hadden gezeten. De vijf partijen houden elkaar in een wurggreep, in een 'innige' omhelzing zou je ook kunnen zeggen, zuiver en alleen omdat als er eentje uitvalt de basis onder dit gesloten verstandshuwelijk wegvalt.Misschien groeit de echte liefde tijdens die vier jaar ook wel. Misschien heeft Mark Rutte dan toch zelf een vrouw gevonden in Femke Halsema. Kan BNN meteen stoppen met zijn pogingen om Rutte te koppelen.
Volgens mij heeft Bert van Marwijk het tijdens het WK minstens zo moeilijk als de informateur Tjeenk Willink. Nu is de temperatuur in Zuid Afrika niet al te hoog, maar de emoties bij de aanvallers lopen hoog op. De krantenfoto van Van Persie die Van Marwijk iets toeschreeuwt, spreekt boekdelen. De coach houdt zijn hoofd iets gebogen, waardoor er iets onderdanigs in zijn houding sluipt. Volgens liplezers heeft Van Persie heftig geprotesteerd tegen zijn wissel en toegeschreeuwd dat Wesley Schneider beter het veld kon ruimen. Met Wesley blijkt hij een tijdje geleden ook al mot te hebben gehad en dat was net opgelost. Oranje heeft zijn grootste tegenstander misschien wel gevonden en deze heet dus niet Brazilië. Nu wordt het vrijdag heel moeilijk om Brazilië te verslaan, dat sowieso. Maar dan gaat het over het voetbal op zich. Maar als we er een extra tegenstander binnen het veld bij krijgen door een verdeeld team is het bijna onmogelijk.
Conclusie: Van Persie niet meer opstellen, doodzwijgen en de sfeer in de rest van het team zien te behouden. Wat maakt het ons tenslotte uit wie er scoort, als er maar wordt gescoord. Drie –een voor Nederland lijkt mij een goede uitgangspositie tegen Ghana of Uruguay in de halve finale. De eerste mag Robben maken, de tweede is voor Van der Vaart en Schneider maakt er drie van. Dan nog een penalty tegen van Brazilië. Daarna wordt Nederland ook een “Angstgegner” . Als we dan Duitsland of Argentinië in de finale niet verslaan, weet ik het niet meer. Drie keer is scheepsrecht. We hebben van allebei al een keer verloren, dat tij moet gekeerd kunnen worden. Oranje boven; een nieuw kabinet voor de zomer en een WK in de pocket. Dan kan de zomer toch niet meer stuk. Wie heeft het dan nog over het weer?
Verder verbaas ik me over de geluiden dat de PVV perse in de regering zou moeten komen. De reden die wordt gegeven is dat het de partij is die het meest gewonnen heeft. Maar dat “meest gewonnen”is toch ook weer relatief, aangezien de VVD en de PvdA toch groter zijn geworden. Het gaat niet alleen om het binnenhalen van nieuwe kiezers, maar ook om de kiezers die standvastig op dezelfde partij blijven stemmen. De meeste stemmen tellen nog altijd, en niet perse de grootste winst tov de vorige verkiezingen.
Maar nu lijkt er toch wat schot in de formatie te komen. Er is een mogelijkheid van VVD, CDA, PvdA aangevuld met D’66 en Groen Links. Een rechts/links combinatie of een middenpartijenkabinet plus-plus of hoe je het ook wilt noemen ligt binnen de mogelijkheden. En het zomerreces staat voor de deur en daarom willen we toch ook snel resultaat zien. Met deze vijf partijen in een breed gedragen kabinet valt er voor alle partijen die deelnemen veel te verliezen. Aan de rechterkant zal zo’n kabinet de toorn van de PVV op zich afroepen en aan de linkerkant de hoon van de SP. En het gelovige deel van het kabinet zal door de SGP aan de tand worden gevoeld. Maar is het daarom een slechte keus? Misschien is het wel de enige keus.
Ik denk dat dit het enige kabinet is dat op dit moment kans van slagen heeft. Gezamenlijk de lasten dragen van de immense bezuinigingen. En dan moeten de PVV en de SP maar vier jaar lang roepen dat zij het allemaal anders gedaan zouden hebben als ze in de regering hadden gezeten. De vijf partijen houden elkaar in een wurggreep, in een 'innige' omhelzing zou je ook kunnen zeggen, zuiver en alleen omdat als er eentje uitvalt de basis onder dit gesloten verstandshuwelijk wegvalt.Misschien groeit de echte liefde tijdens die vier jaar ook wel. Misschien heeft Mark Rutte dan toch zelf een vrouw gevonden in Femke Halsema. Kan BNN meteen stoppen met zijn pogingen om Rutte te koppelen.
Volgens mij heeft Bert van Marwijk het tijdens het WK minstens zo moeilijk als de informateur Tjeenk Willink. Nu is de temperatuur in Zuid Afrika niet al te hoog, maar de emoties bij de aanvallers lopen hoog op. De krantenfoto van Van Persie die Van Marwijk iets toeschreeuwt, spreekt boekdelen. De coach houdt zijn hoofd iets gebogen, waardoor er iets onderdanigs in zijn houding sluipt. Volgens liplezers heeft Van Persie heftig geprotesteerd tegen zijn wissel en toegeschreeuwd dat Wesley Schneider beter het veld kon ruimen. Met Wesley blijkt hij een tijdje geleden ook al mot te hebben gehad en dat was net opgelost. Oranje heeft zijn grootste tegenstander misschien wel gevonden en deze heet dus niet Brazilië. Nu wordt het vrijdag heel moeilijk om Brazilië te verslaan, dat sowieso. Maar dan gaat het over het voetbal op zich. Maar als we er een extra tegenstander binnen het veld bij krijgen door een verdeeld team is het bijna onmogelijk.
Conclusie: Van Persie niet meer opstellen, doodzwijgen en de sfeer in de rest van het team zien te behouden. Wat maakt het ons tenslotte uit wie er scoort, als er maar wordt gescoord. Drie –een voor Nederland lijkt mij een goede uitgangspositie tegen Ghana of Uruguay in de halve finale. De eerste mag Robben maken, de tweede is voor Van der Vaart en Schneider maakt er drie van. Dan nog een penalty tegen van Brazilië. Daarna wordt Nederland ook een “Angstgegner” . Als we dan Duitsland of Argentinië in de finale niet verslaan, weet ik het niet meer. Drie keer is scheepsrecht. We hebben van allebei al een keer verloren, dat tij moet gekeerd kunnen worden. Oranje boven; een nieuw kabinet voor de zomer en een WK in de pocket. Dan kan de zomer toch niet meer stuk. Wie heeft het dan nog over het weer?
maandag 14 juni 2010
Hondenbelangen
Er zijn honden die heel goed los kunnen lopen zonder ooit een mens of een dier lastig te vallen. De eigenaren van deze honden zouden heel graag zien dat ze hun trouwe viervoeter los kunnen laten lopen in de duinen. Dit mag op dit moment niet. Een hond mag alleen aangelijnd mee. Als je je hond tegen de regels in los laat lopen kun je een boete krijgen.
Afgelopen weekend is actie gevoerd door een groep hondenbezitters. Zij wilden aandacht voor het belang van hun honden. Volgens hen is het belangrijk voor een hond dat ze vrij zijn en voor sommige hondenbezitters zat er ook een stukje eigen belang bij, want een mevrouw gaf naar de krant toe aan dat ze haar drie honden bijna niet in bedwang kan houden aan de lijn. Een opvoedcursus is dan geen overbodige luxe, lijkt me.
Wij hebben ook een hond, Sushi. Ze gaat al een tijdje mee, is 14 jaar en is gek op de duinen en op bossen. De reden ligt in het feit dat er volop luchtjes van andere dieren op te snuiven zijn en dat doet ze ook heel enthousiast. We noemen haar daarom ook nog wel eens Snuffie. Bleef het alleen nog maar bij ruiken, maar ze is gek op Hooglanderpoep. Verder zou ze het liefst die grote beesten aanvallen als ze ze ziet. We zijn menigmaal langs een kudde Hooglanders gelopen met een grommende hond aan de korte lijn en dan maar hopen dat ze niet agressief terug gaan doen. Dat valt gelukkig reuze mee.
U begrijpt het al, loslopen is geen optie. Aangezien ze vanaf het begin aan de lijn moest lopen in de duinen, maakt ze er geen punt van. Er zijn zoveel aangename luchtjes dat ze vrolijk doorstapt. En als ze te lang blijft snuffelen, is de lijn ook handig. Met een klein rukje loopt ze weer lekker een eind door. Maar het belangrijkste vind ik dat ze zo geen ander dier lastig kan vallen en dat wij haar niet kwijtraken. De uitdaging zien we dan maar in een iets langere wandeling.
Ik denk dat er gerust veel honden zijn die altijd braaf luisteren naar de baas, nooit achter een konijn of muis aangaan, die Hooglanders met rust laten en die ook niet over het hekje naar de Scottish Blackface springen. Maar ik denk dat er bijna net zoveel honden zijn die niet zo gedisciplineerd zijn. Honden die grote schade zouden kunnen aanrichten en dierenleed veroorzaken. Trouwens, ik hoor ook wel eens hardlopers zeggen dat ze aangevallen worden door honden in de duinen.
Min eigen hond mag alleen loslopen in een deel van Overbos, het Beverwijkse stadspark. Een prima hondenuitlaatplek, met voldoende afvalbakken om hondenpoep netjes op te kunnen ruimen. Oppassen moet je nog steeds, want eenden zijn ook niet te versmaden voor veel honden. Maar het overzicht is goed en je ziet op tijd wanneer de hond weer even aan de lijn moet.
Het is fijn dat je je hond kunt bieden wat hij/zij nodig heeft, maar houd altijd rekening met andere mensen en dieren. Als je ziet dat iemand bang is voor een hond, maak je hond dan even vast. Zie je dat je hond een oogje laat vallen op een eend, doe hetzelfde. Laat hem los waar het kan en maak hem vast waar het moet. Zo kunnen we toch allemaal van een park of van de duinen genieten?
Afgelopen weekend is actie gevoerd door een groep hondenbezitters. Zij wilden aandacht voor het belang van hun honden. Volgens hen is het belangrijk voor een hond dat ze vrij zijn en voor sommige hondenbezitters zat er ook een stukje eigen belang bij, want een mevrouw gaf naar de krant toe aan dat ze haar drie honden bijna niet in bedwang kan houden aan de lijn. Een opvoedcursus is dan geen overbodige luxe, lijkt me.
Wij hebben ook een hond, Sushi. Ze gaat al een tijdje mee, is 14 jaar en is gek op de duinen en op bossen. De reden ligt in het feit dat er volop luchtjes van andere dieren op te snuiven zijn en dat doet ze ook heel enthousiast. We noemen haar daarom ook nog wel eens Snuffie. Bleef het alleen nog maar bij ruiken, maar ze is gek op Hooglanderpoep. Verder zou ze het liefst die grote beesten aanvallen als ze ze ziet. We zijn menigmaal langs een kudde Hooglanders gelopen met een grommende hond aan de korte lijn en dan maar hopen dat ze niet agressief terug gaan doen. Dat valt gelukkig reuze mee.
U begrijpt het al, loslopen is geen optie. Aangezien ze vanaf het begin aan de lijn moest lopen in de duinen, maakt ze er geen punt van. Er zijn zoveel aangename luchtjes dat ze vrolijk doorstapt. En als ze te lang blijft snuffelen, is de lijn ook handig. Met een klein rukje loopt ze weer lekker een eind door. Maar het belangrijkste vind ik dat ze zo geen ander dier lastig kan vallen en dat wij haar niet kwijtraken. De uitdaging zien we dan maar in een iets langere wandeling.
Ik denk dat er gerust veel honden zijn die altijd braaf luisteren naar de baas, nooit achter een konijn of muis aangaan, die Hooglanders met rust laten en die ook niet over het hekje naar de Scottish Blackface springen. Maar ik denk dat er bijna net zoveel honden zijn die niet zo gedisciplineerd zijn. Honden die grote schade zouden kunnen aanrichten en dierenleed veroorzaken. Trouwens, ik hoor ook wel eens hardlopers zeggen dat ze aangevallen worden door honden in de duinen.
Min eigen hond mag alleen loslopen in een deel van Overbos, het Beverwijkse stadspark. Een prima hondenuitlaatplek, met voldoende afvalbakken om hondenpoep netjes op te kunnen ruimen. Oppassen moet je nog steeds, want eenden zijn ook niet te versmaden voor veel honden. Maar het overzicht is goed en je ziet op tijd wanneer de hond weer even aan de lijn moet.
Het is fijn dat je je hond kunt bieden wat hij/zij nodig heeft, maar houd altijd rekening met andere mensen en dieren. Als je ziet dat iemand bang is voor een hond, maak je hond dan even vast. Zie je dat je hond een oogje laat vallen op een eend, doe hetzelfde. Laat hem los waar het kan en maak hem vast waar het moet. Zo kunnen we toch allemaal van een park of van de duinen genieten?
woensdag 9 juni 2010
Stoplicht op groen voor Daltonschool
Vandaag een groot stuk in de krant over het invoeren van Daltononderwijs bij basisschool Het Kompas in de wijk Zwaansmeer. Dit schoolprincipe is niet gebaseerd op vrijheid, blijheid zoals in eerste instantie misschien lijkt. Natuurlijk krijgen kinderen meer vrijheid, omdat ze veelal zonder begeleiding van de docent aan het werk zijn. Maar duidelijke afspraken over hoe de samenwerking moet verlopen horen hierbij en ook het houden aan regels, zoals het stil werken als het stoplicht op rood staat. Ik denk dat het een goede voorbereiding is op een succesvolle carrière in het voortgezet onderwijs. En ik ben eigenlijk een soort ervaringsdeskundige, omdat vroeger ook al via het Daltonprincipe les kreeg. De school waarop ik zat, de Jan Ligthartschool aan de Belgiëlaan, was daar namelijk volop mee bezig. Ja, dit is dezelfde school aan de Belgielaan waar nu zoveel over te doen is omdat deze in beeld is als tijdelijke huisvesting voor de Broekpolderscholen. Het wordt steevast “het oude Kompas”genoemd, maar het is gewoon de oude Jan Ligthartschool. Het stenen gebouw uit de jaren zestig, waar met een goede, ingrijpende opknapbeurt heel wat van te maken is.
Op die school kwam ik in 1967. Voor mij was het een heerlijke school met een groot schoolplein, waar voor iedereen volop ruimte was om te doen wat je wilde. Knikkeren, kaatsenballen, papagaaitje-leef-je-nog, elastieken, van paaltje naar paaltje springen, meidenvangertje en wat al niet meer. Je had als kind buiten lekker de ruimte en als ik naar de kleinere schoolpleinen van nu kijk, heb ik vaak een gevoel van medelijden met de kinderen. Maar niet alleen buiten hadden wij de ruimte. Ook binnen kregen we de ruimte. En niet omdat de lokalen nu zo groot waren. Het waren standaard lokalen, waar de eerste jaren meer dan veertig leerlingen in de klas zaten. Nu waren we ook klein en hadden korte beentjes, maar het zat goed vol, propvol. Maar de ruimte die je kreeg, zat in het Daltonprincipe waarmee in de bovenbouw gewerkt werd.
Je kreeg aan het begin van het jaar een takenboekje. De leraar/lerares schreef op het bord welke taken voor taal, rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde en kennis der natuur je aan het eind van de week af moest hebben. Er waren bepaalde tijdvakken per dag dat je zelf mocht bepalen aan welk vak je werkte. Stel dat je twee hoofdstukken rekenen per week af moest hebben. Dan kleurde je na 1 hoofdstuk af de helft van het takenvakje groen. Dan begon je daarna bijvoorbeeld aan de taalles. Het prettige vond ik, dat je halverwege de week al een goed gevoel kreeg als je zag dat je al meer dan de helft af had. Als je de taken voor de hele week afhad, mocht je tekenen of zoals sommige ijverige leerlingen deden: doorwerken! Het gevolg was wel dat in de zesde klas (wat nu groep 8 is)diverse leerlingen ruim voor het einde van het schooljaar klaar waren met de rekenboekjes. Daarna had de school dan een wiskundemethode. Je hoefde je dus niet te vervelen. Met een stoplicht werkten wij niet. Vroeger was het: “Mond op slot!”en dan was bijna iedereen stil.
Toen ik in de brugklas van de OSG (later Berlingh College) belandde, had ik een voorsprong in zelfstandig werken. Plannen was eigenlijk al een tweede natuur geworden. In mijn agenda kleurde ik ook het huiswerk in dat ik afhad. Niet verwonderlijk dat ik mijn schoolloopbaan zonder horten en stoten heb doorlopen. Natuurlijk haalde ik wel onvoldoendes. Wiskunde is nooit mijn vak geworden en scheikundeafkortingen kon ik niet lang onthouden. Gelukkig bleek er een a-stroom te zijn, met allerlei vakken die mij wel lagen.
De leerlingen op Het Kompas boffen. Goed voorbereid gaan zij na groep 8 naar de brugklas en zullen daar in ieder geval geen moeite hebben bij het zelfstandig werken in de klas. Het enige verschil is dat er geen stoplicht zal staan dat op rood of groen staat. Maar dat zal geen probleem zijn.
Op die school kwam ik in 1967. Voor mij was het een heerlijke school met een groot schoolplein, waar voor iedereen volop ruimte was om te doen wat je wilde. Knikkeren, kaatsenballen, papagaaitje-leef-je-nog, elastieken, van paaltje naar paaltje springen, meidenvangertje en wat al niet meer. Je had als kind buiten lekker de ruimte en als ik naar de kleinere schoolpleinen van nu kijk, heb ik vaak een gevoel van medelijden met de kinderen. Maar niet alleen buiten hadden wij de ruimte. Ook binnen kregen we de ruimte. En niet omdat de lokalen nu zo groot waren. Het waren standaard lokalen, waar de eerste jaren meer dan veertig leerlingen in de klas zaten. Nu waren we ook klein en hadden korte beentjes, maar het zat goed vol, propvol. Maar de ruimte die je kreeg, zat in het Daltonprincipe waarmee in de bovenbouw gewerkt werd.
Je kreeg aan het begin van het jaar een takenboekje. De leraar/lerares schreef op het bord welke taken voor taal, rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde en kennis der natuur je aan het eind van de week af moest hebben. Er waren bepaalde tijdvakken per dag dat je zelf mocht bepalen aan welk vak je werkte. Stel dat je twee hoofdstukken rekenen per week af moest hebben. Dan kleurde je na 1 hoofdstuk af de helft van het takenvakje groen. Dan begon je daarna bijvoorbeeld aan de taalles. Het prettige vond ik, dat je halverwege de week al een goed gevoel kreeg als je zag dat je al meer dan de helft af had. Als je de taken voor de hele week afhad, mocht je tekenen of zoals sommige ijverige leerlingen deden: doorwerken! Het gevolg was wel dat in de zesde klas (wat nu groep 8 is)diverse leerlingen ruim voor het einde van het schooljaar klaar waren met de rekenboekjes. Daarna had de school dan een wiskundemethode. Je hoefde je dus niet te vervelen. Met een stoplicht werkten wij niet. Vroeger was het: “Mond op slot!”en dan was bijna iedereen stil.
Toen ik in de brugklas van de OSG (later Berlingh College) belandde, had ik een voorsprong in zelfstandig werken. Plannen was eigenlijk al een tweede natuur geworden. In mijn agenda kleurde ik ook het huiswerk in dat ik afhad. Niet verwonderlijk dat ik mijn schoolloopbaan zonder horten en stoten heb doorlopen. Natuurlijk haalde ik wel onvoldoendes. Wiskunde is nooit mijn vak geworden en scheikundeafkortingen kon ik niet lang onthouden. Gelukkig bleek er een a-stroom te zijn, met allerlei vakken die mij wel lagen.
De leerlingen op Het Kompas boffen. Goed voorbereid gaan zij na groep 8 naar de brugklas en zullen daar in ieder geval geen moeite hebben bij het zelfstandig werken in de klas. Het enige verschil is dat er geen stoplicht zal staan dat op rood of groen staat. Maar dat zal geen probleem zijn.
maandag 7 juni 2010
Opruimen of oprommelen?
Vorige week ben ik begonnen met een grote opruimingsoperatie op de zolderverdieping van ons huis. Aanleiding is dochter, die heeft aangegeven een grotere kamer te willen waar ook een tweepersoons bed in past. Die grote kamer heeft ze gevonden in de vorm van de oude kamer van haar zus, die reeds twee jaar geleden uit huis is vertrokken om in een eigen stulpje verder te gaan. Met achterlating van bijna alle spullen die ze in haar negentieneneenhalfjarige leven had opgebouwd. Dat betekent: een kast vol ministeck, puzzels, oude schriften. Planken vol knuffels en poppen. Het keukentje, dat opa speciaal voor haar gemaakt had. Poppenwagen, poppenhuis, boeken van de Disney Club, Wipneus en Pim, Dolle Tweeling en noem maar op. En nog een aanzienlijke collectie videobanden. Maar het ergste van alles: dozen vol met van alles en nog wat troep. Het aanvankelijk zo voortvarend begonnen opruimen verzandde binnen de kortste tijd in oprommelen. Als het ene object was opgeruimd, kwam de volgende rommel weer naar voren.
Het oprommelen houdt qua tijd ook enorm op. Elke keer kom ik spulletjes van de kinderen tegen, waar herinneringen aan kleven. En onze hele familie heeft moeite met het weggooien van zaken waar een herinnering aan kleeft. De ene keer is dat aan een amandeloperatie van zoon, de andere keer aan het eerste slaapfeestje van dochter 2, of weer een aankoop van dochter 1 op de koninginnedagmarkt (waar ze zo blij mee was). Ik geef toe dat ik wat weggooien betref een watje ben. En wat al helemaal moeilijk is, is het wegdoen van knuffels. Ik denk dat we er in totaal zes dozen en drie planken vol mee hebben. Dit leidde ertoe, dat oudste dochter nu al aangeeft , dat als ze later kinderen krijgt, ze geen knuffels vraagt. De voorraad in het ouderlijk huis zal dan worden aangesproken. Zegt ze nu!
Jongste dochter b leek op haar oude kamer ook nog een verstopte voorraad oud speelgoed te herbergen. Keurig verscholen achter de diepe ruimte onder haar bed kwamen een grote boerderij, duplo en lego en een hele voorraad Furby’s (kleine,knuffelbare diertjes in allerlei kleuren met strepen en stippen of felle kleuren) tevoorschijn. Ja, het leek zo handig: een hoog bed met bergruimte. Gelukkig bleek er achter de luiken op zolder nog ruimte te zijn toen we alle giro’s die daar bewaard lagen (vanaf de studentenflat waar manlief en ik begonnen zijn in Osdorp bijna dertig jaar terug) verwijderd hadden. Toch leuk om nog eens te kijken wat je verdiende met je vakantiebaantje en hoeveel de huur bedroeg in die tijd.
Maar het oprommelen is nog niet klaar. Al die dozen met van alles en nog wat troep moeten nog goed bekeken worden om te kijken wat weggegooid kan worden. Het zijn er ongeveer zeven, dus daar moet ik vandaag maar een slag in slaan. Vrijdag moet in ieder geval de hele operatie achter de rug zijn, want dan wordt het nieuwe bed opgehaald bij IKEA. Weer een bed met lades eronder, want dat is zo handig voor kussens en dekbedden. Misschien moet er nog een wandje worden geschilderd, en er moeten nog wat zware spullen versleept worden voor het vrijdag is, want de kamer staat vol met een bureau, een grote leunstoel, etcetera.
Maar als het klaar is, zullen we een tevreden jongste dochter hebben, die eindelijk een grotere kamer heeft. Een tweepersoonsbed, met aan het voeteneind ruimte voor een televisie. De oude slaapkamer beneden wordt dan haar studeerkamer voor als ze volgend studiejaar aan de Hogeschool van Leiden haar studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening begint. En dan maar hopen dat ze niet binnen een jaar op kamers wil, want dan begint het oprommelen opnieuw.
Het oprommelen houdt qua tijd ook enorm op. Elke keer kom ik spulletjes van de kinderen tegen, waar herinneringen aan kleven. En onze hele familie heeft moeite met het weggooien van zaken waar een herinnering aan kleeft. De ene keer is dat aan een amandeloperatie van zoon, de andere keer aan het eerste slaapfeestje van dochter 2, of weer een aankoop van dochter 1 op de koninginnedagmarkt (waar ze zo blij mee was). Ik geef toe dat ik wat weggooien betref een watje ben. En wat al helemaal moeilijk is, is het wegdoen van knuffels. Ik denk dat we er in totaal zes dozen en drie planken vol mee hebben. Dit leidde ertoe, dat oudste dochter nu al aangeeft , dat als ze later kinderen krijgt, ze geen knuffels vraagt. De voorraad in het ouderlijk huis zal dan worden aangesproken. Zegt ze nu!
Jongste dochter b leek op haar oude kamer ook nog een verstopte voorraad oud speelgoed te herbergen. Keurig verscholen achter de diepe ruimte onder haar bed kwamen een grote boerderij, duplo en lego en een hele voorraad Furby’s (kleine,knuffelbare diertjes in allerlei kleuren met strepen en stippen of felle kleuren) tevoorschijn. Ja, het leek zo handig: een hoog bed met bergruimte. Gelukkig bleek er achter de luiken op zolder nog ruimte te zijn toen we alle giro’s die daar bewaard lagen (vanaf de studentenflat waar manlief en ik begonnen zijn in Osdorp bijna dertig jaar terug) verwijderd hadden. Toch leuk om nog eens te kijken wat je verdiende met je vakantiebaantje en hoeveel de huur bedroeg in die tijd.
Maar het oprommelen is nog niet klaar. Al die dozen met van alles en nog wat troep moeten nog goed bekeken worden om te kijken wat weggegooid kan worden. Het zijn er ongeveer zeven, dus daar moet ik vandaag maar een slag in slaan. Vrijdag moet in ieder geval de hele operatie achter de rug zijn, want dan wordt het nieuwe bed opgehaald bij IKEA. Weer een bed met lades eronder, want dat is zo handig voor kussens en dekbedden. Misschien moet er nog een wandje worden geschilderd, en er moeten nog wat zware spullen versleept worden voor het vrijdag is, want de kamer staat vol met een bureau, een grote leunstoel, etcetera.
Maar als het klaar is, zullen we een tevreden jongste dochter hebben, die eindelijk een grotere kamer heeft. Een tweepersoonsbed, met aan het voeteneind ruimte voor een televisie. De oude slaapkamer beneden wordt dan haar studeerkamer voor als ze volgend studiejaar aan de Hogeschool van Leiden haar studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening begint. En dan maar hopen dat ze niet binnen een jaar op kamers wil, want dan begint het oprommelen opnieuw.
Abonneren op:
Posts (Atom)