zondag 20 maart 2011

Gezocht: een schoolplein om te kunnen spelen

In de tijd dat ik naar de basisschool ging, zo midden jaren zestig tot vroeg in de jaren zeventig, was een schoolplein nog vooral een speelplein. Wat deed je er zo niet al? Knikkeren, papagaaitje leef je nog, meidentikkertje, kaatsen tegen de muren, voetballen, elastieken, in de winter ijsbanen maken enzovoort. Er was altijd volop ruimte om iedereen zijn of haar gang te kunnen laten gaan. Een groot stuk van het plein voor het meidentikkertje, een stuk aan de zijkant voor de elastiekers, tegen de buitenkant van de lokalen aan een flinke reep voor het knikkeren en zo was iedereen tevreden.

Wat is er veel veranderd sinds die tijd. Menig schoolplein is in en na de tijd van de scholenfusies veranderd in een plein waar noodlokalen of permanente uitbreiding is gehuisvest. Zo schrok ik vorige week toen ik langs het schoolplein van De Zevensprong liep. Nadat enige jaren terug extra semipermanente bouw en noodlokalen zijn gerealiseerd op dit terrein, is nu weer een extra noodgebouw van ongeveer twaalf bij zes meter gerealiseerd. De dagen ervoor zag ik al activiteiten die aangaven dat er wat te gebeuren stond, zoals het weghalen van de stoeptegels van het schoolplein. Ik dacht eerst nog dat er misschien een leuke, uitdagende speelvoorziening zou komen, maar het bleek dus om een uitbreiding van het gebouw te gaan met toch wel zo’n 72 vierkante meter.

Nadat ik net even op de site van De Zevensprong heb gekeken, begrijp ik de noodzaak tot uitbreiding wel. Volgens de site huisvest de school 6 groepen speciaal basisonderwijs en 7 groepen voortgezet speciaal onderwijs. Ook lees ik op de site dat het een regionale school is van Helioskoop en dat de leerlingen uit de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Velsen, Castricum en Zaanstad komen. Heel iets anders dus dan de kleine basisschool die daar ooit gehuisvest was in het oude gebouw en die met twee andere basisscholen gefuseerd is tot ’t Kraaienest, nu gevestigd aan de Laan van Blois. De geschiedenis ken ik heel goed, want in die tijd was ik lid van de actieouders van ’t Kraaienest, ouders van de drie scholen die zich grote zorgen maakten over de huisvesting op 1 locatie van de drie scholen. Wij voorzagen allerlei problemen, zoals het tekort aan speelruimte op het schoolplein, een gevaarlijke oversteek van honderden leerlingen over de Wijk aan Duinerweg (dat was nog de tijd voor de rotonde).

Volgens de gemeente zou het allemaal wel los lopen met onze angsten en voorziene problemen. Maar kijk nu eens goed om je heen wat er in Beverwijk gebeurd is op de schoolpleinen. Bij ’t Kraainest is een gigantisch complex aan de voorkant verrezen, waardoor het schoolplein enorm verkleind is. Dit is nota bene een gewone openbare basisschool, dus geen regionale functie. De leerlingenaantallen zijn zodanig gestegen dat dit soort ingrepen nodig waren om de leerlingen te kunnen plaatsen. De Zevensprong, die wel een regionale functie heeft als school voor speciaal onderwijs, heeft hetzelfde moeten doen om aan de behoefte te kunnen voldoen.

Maar de kinderen kunnen niet meer zo lekker uitrennen als wij vroeger wel konden. Hebben kinderen van tegenwoordig dan minder beweging nodig? Natuurlijk niet. Juist in deze tijd dat kinderen in hun vrije tijd veel tijd achter de computer en voor de televisie doorbrengen is het extra belangrijk dat ze volop kunnen bewegen (rennen) in hun pauze op school. Het is niet genoeg om een kwartiertje in een hoekje je boterham op te eten. Het is belangrijk om je fysiek lekker uit te kunnen leven zodat je daarna weer een tijdje rustig op je stoel kunt zitten om leerstof te verwerken.

Kinderen hebben recht op veel ruimte op het schoolplein. En wat doen wij, de volwassenen? Wij besluiten dat grote scholen de toekomst hebben. Maar we gaan uit van de huidige scholen en die breiden we uit tot megacomplexen op een locatie die daar eigenlijk niet geschikt voor is.

Bestaat er eigenlijk wel zoiets als een minimaal aantal vierkante meters schoolplein per leerling? Het lijkt er niet op.

En dan heb je de kans om bij de Broekpolder school MFA voor een andere oplossing te kiezen dan optoppen van het gebouw, wat de ouders en veel gemeenteraadsleden willen. Een oplossing die weliswaar geen speelruimte kost, maar wel weer meer leerlingen op deze locatie oplevert die van hetzelfde aantal vierkante meters speelruimte gebruik moeten maken. En dan gaat het niet om 1 of 2 keer 25 leerlingen. Nee, het gaat om meer dan 9 klassen, jarenlang. Het zou verstandig zijn om in de jaren van de grote ruimtenood gebruik te maken van een volledig opgeknapt gebouw aan de Belgiëlaan. Weliswaar tweehonderd meter uit de wijk, maar met een eigen schoolplein, volop ruimte en een veilige route te fiets of te voet ernaartoe.

Waarom wordt er steeds gekozen voor het volplempen van onderwijslocaties ten koste van de bewegingsvrijheid van de kinderen? Ik vind het jammer en hoop dat alle kinderen die overdag te weinig beweging krijgen tijdens schooltijd door hun ouders gestimuleerd worden om na schooltijd die schade in te halen. Dus eropuit naar de speeltuin, naar de duinen of het strand. Maar het blijft jammer dat het aspect van te weinig bewegingsmogelijkheden voor kinderen tijdens schooltijd een onderbelicht probleem blijft bij het oplossen van ruimtegebrek.

Wanneer komen we daar nu eens met zijn allen tegen in beweging?

zondag 13 maart 2011

Wanneer gaat Beverwijk de taal van de burgers spreken?

Vele jaren geleden werd een campagne bedacht om de burgers meer bij de gemeente en het bestuur van die gemeente te betrekken. De campagne werd gevoerd onder de slogan: “beverwijk spreekt je taal!”. Een kreet die moest bewerkstelligen dat de burgers zich begrepen voelden door de gemeente. Vandaar dat ook op de koffiekopjes die slogan te lezen was. En op melkbekers, want daar vond ik er 1 van in een kast toen ik wethouder was.

Wat was er nu eigenlijk mis met de slogan, die ondertussen allang weer verbannen is uit het stadskantoor? Er was veel weerstand van burgers en instanties die zich juist helemaal niet begrepen vonden door de gemeente. Of was het misschien het uitroepteken die net over de top was? Geen idee, maar er was blijkbaar genoeg reden om te stoppen met de campagne. Maar wat kwam er nu eigenlijk daarna? Was er een andere kreet die wel aan zou slaan bij de burgers?

Aan het aantal burgers te oordelen dat naar raads- en commissievergaderingen komt, zou je zeggen dat we als raadsleden en wethouders minder dan ooit de taal van de burgers spreken. En dan zijn er nog raadsleden die denken dat burgers de vergaderingen echt volgen. Zo is er bijvoorbeeld weerstand tegen een schriftelijke inbreng voor commissies rond de grote financiële stukken. Er zijn raadsleden die van mening zijn dat dat een nadeel is voor de burgers. Zij vinden dat vergaderingen desnoods tot midden in de nacht mogen duren om de burgers maar de gelegenheid te geven alle overwegingen van de verschillende partijen te kunnen volgen. En wie gaat dat dan doen? Er komt nu al geen mens vrijwillig naar korter durende raadsvergaderingen.

Diverse raadsleden ergeren zich aan de ellenlange bijdrage van sommige van hun collega’s. Niet dat die collega’s zich daar bewust van zijn trouwens. Die vinden hun eigen verhalen zo interessant, dus dan zal een ander dat ook wel vinden, zo is hun redenering. Dikke doei! Als ze de moeite zouden nemen om eens goed de zaal rond te kijken, zouden ze zien dat menig raadslid begint te gapen, op zijn of haar stoel begint te draaien, uitgebreid een plaspauze neemt of de mobiele berichten ongegeneerd zit door te nemen tijdens hun betoog.

Om de taal van de burgers te spreken, zou je je verhaal zo moeten houden dat het voor burgers ook te volgen is en niet elke bladzijde van een stuk bespreken dat door burgers niet gelezen wordt. Nu worden vaak opmerkingen tijdens vergaderingen geplaatst die echt niet interessant zijn. Niet voor burgers, maar ook niet voor andere raadsleden. Waarom neem je geen contact van te voren op met de wethouder of met de griffie zodat dit soort zaken doorgespeeld wordt naar de betreffende ambtenaar zonder iedereen daarmee te vervelen? Die gedacht komt vaak bij mij naar boven.

Jammer is dat steeds meer burgers geen interesse hebben in besluiten die door raadsleden over onze gemeente en alle zaken die daar spelen genomen worden. Alleen als men zelf geraakt wordt door een bepaald besluit, bijvoorbeeld aanpassing van parkeerplaatsen of de huisvestingsproblemen van de school waar de kinderen op zitten, komt men nog wel eens luisteren bij een commissie- of raadsvergadering. Het zou toch veel beter zijn als de vergaderingen zo interessant waren dat ook een algemeen geïnteresseerde burger zou willen komen meeluisteren?

Wat gaan we daaraan doen? Nou, in ieder geval geen slogan opwerpen en hopen dat de rest dan vanzelf volgt. Het zou goed zijn als de burgers zelf in actie komen die zeggen: we pikken het niet meer dat het voor ons niet interessant is om bij een vergadering te zitten. Er gaat een clubje geformeerd worden van algemeen geïnteresseerde burgers, die zich ertoe zetten om een half jaar lang (ja, ik geef toe, het is even doorbijten, maar het is tenslotte voor het goede doel) alle vergaderingen van commissies en raad bij te wonen. Na elke vergadering maken ze een uitgebreide evaluatie met punten die hun zijn opgevallen en tips voor de toekomst. Ze sturen dit naar alle raadsleden en naar de pers. Kijken hoe lang het dan duurt voordat de raad van Beverwijk je taal spreekt.

Of heeft iemand een beter idee?

maandag 21 februari 2011

Politieke houdbaarheidsdatum: tijd voor een sticker?

De laatste dagen valt het wel op: politici waarvan je dacht dat ze allang afscheid hadden genomen, verschijnen opeens weer met hun tronie op de televisie als het gaat om de komende Provinciale Staten Verkiezingen. Dat geldt voor mensen als Elco Brinkman en Loek Hermans. Brinkman was begin jaren negentig de kroonprins van het CDA en ging roemloos ten onder aan de kritiek die de toenmalige premier Ruud Lubbers op hem had. Ondanks de Brinkman shuffle, die zorgvuldig was ingestudeerd onder een spin doctor die nog steeds niet van de buis af te slaan is. Nee, ik noem geen naam. Af geserveerd en in 2011 gewoon weer opgediend met een sausje van ervaren bestuurder eroverheen.

Ook voor Hermans geldt dat je denkt: wat moet hij nu weer in de politiek. Kunnen die mensen nu niet eens een keer ophouden? Is hun politieke houdbaarheidsdatum nu nog niet verstreken?En die aardappel zit nog steeds vast in zijn keel.

Als je een product koopt in de supermarkt staat er vaak een handige houdbaarheidsdatum op. Dan weet je dat de kwaliteit van het product daarna achteruit gaat. Soms gaat dat vrij snel, bijvoorbeeld met voorgesneden groente, soms iets langzamer zoals met yoghurt en vla en soms kun je de houdbaarheidsdatum met een korreltje zout nemen, zoals bij blikfruit. Jaren later is dit nog steeds goed te eten.

Bij politici ligt dit moeilijker. Wie bepaalt de politieke houdbaarheidsdatum? Het is ontegenzeggelijk waar dat jarenlange ervaring goede zaken met zich meebrengt, maar het kan ook enorm belemmerend werken. Als politici niet meer met een open blik kunnen kijken, omdat iets nu eenmaal altijd op deze manier gewerkt heeft, zal men niet snel naar een andere manier zoeken. Zelfs als de effectiviteit achteruit gaat. Zolang het gaat, gaat het.

Plaatselijk kunnen we er ook wat van. In de raad van Beverwijk zitten diverse mensen die hier al meer dan tien jaar zitten. Daar hoor ik zelf ook bij. Zelfs mensen die langer dan vijftien jaar of nog langer in de politieke arena rondlopen zijn geen uitzondering. Wat is nu precies de politieke houdbaarheidsdatum van politici in een tijd dat in het bedrijfsleven toch wel elke zeven jaar naar een andere functie wordt omgekeken?

Geen idee. Vaak hoor je zeggen dat na twee periodes (zo’n acht jaar) een politicus plaats zou moeten maken voor een nieuweling. Helaas zijn er steeds minder mensen lid van een politieke partij en dus zijn er minder nieuwelingen beschikbaar die daadwerkelijk een plaats in de gemeenteraad ambiëren. Dus blijven de oudgedienden langer zitten. Is dat echt erg? In sommige gevallen wel. Soms roest iemand zo vast op zijn of haar eigen stokpaardjes dat het erg is. Als je niet meer verder kunt kijken dan je eigen ideeën werkt het belemmerend in de besluitvorming. Gelukkig zijn er genoeg mensen die niet vastroesten en die open naar zaken blijven kijken. Zolang die nog de meerderheid vormen is er eigenlijk niet zoveel aan de hand.

Blijft het feit dat ik het als kijker niet prettig vindt om allerlei politici die als het goed is heel veel ervaring hebben holle kreten te horen slaken, waarvan je dacht dat ze aan de PVV waren voorbehouden. Jammer, een gemiste kans. Ik stem voor een politieke houdbaarheidsdatum voor politici. Die stel ik dan maar voorlopig op twintig jaar, dan kan ik zelf tenminste nog even mee.

donderdag 3 februari 2011

Wat is een toezegging nog waard?

Wat zijn toezeggingen nu precies waard en wanneer is iets een toezegging? Is een toezegging pas een toezegging als iemand dit woord in zijn of haar mond neemt? Die vragen kwamen bij me op toen ik gisteren bij een commissievergadering in buurgemeente Heemskerk hoorde dat de vorige wethouder van onderwijshuisvesting tijdens een informatiebijeenkomst voor ouders over de plaatsing van noodlokalen bij een school de toezegging had gedaan dat het bij deze uitbreiding zou blijven.

De buurtbewoners van toen zaten nu op de tribune en wilden dat deze toezegging gedaan door de vorige wethouder gestand zou worden gedaan. Er bleken ook notulen van de betreffende bijeenkomst te zijn en daar staat de toezegging volgens de bewoners letterlijk in.Al bleef in het midden of het een loze kreet was of dat er duidelijk bij vermeld werd door de spreker dat het een toezegging betrof.

De nieuwe wethouder zat duidelijk met een dilemma. De gedane toezegging was niet vastgelegd in een collegebesluit. Maar een bewering van een wethouder, die wordt opgevat als toezegging, is toch wel wat waard als het gaat om de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur?

De kwestie zal nog nader moeten worden bekeken en dus kan er op dit moment geen besluit worden genomen over het voorstel van de Heemskerkse en Beverwijkse colleges omtrent de oplossing van het ruimtegebrek van de basisscholen in de Broekpolder.
Ooit heb ik zelf als ouder van een brugklasleerling van het voormalige Berlingh College de toezegging aangehoord dat elke leerling die in het leerjaar 1999/2000 zijn of haar middelbare schoolcarriere zou starten op de locatie van Riemsdijklaan, deze ook op deze locatie af zou mogen maken. Het was in de tijd dat de twee middelbare scholen in Beverwijk (het toenmalige Augustinus en Berlingh) samen verder zouden gaan als Kennemer College.

Twee jaar later ging mijn dochter tegen de toezegging in toch over naar de andere locatie. De leerlingen voelden zich collectief bekocht: ze hadden bewust voor het gebouw van het Berlingh gekozen en vonden het andere gebouw maar niets. Toen ook nog eens bleek dat de beloofde superleuke introductie voor de gedwongen verplaatste leerlingen op de nieuwe locatie vrijwel niets inhield, bleven veel leerlingen hun schoolcarrière lang teleurgesteld in de school en hebben zich er nooit meer echt welkom gevoeld.

Als ouder vond ik dat vervelend. Je moet geen toezeggingen doen die je niet nakomt en al helemaal niet bij jongeren. Doe dan liever wat voorzichtigere uitspraken zodat je geen verwachtingen wekt die niet na te komen zijn. Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat je hoopt dat het gaat lukken om iedereen zijn schoolcarrière op deze locatie te kunnen afmaken, maar dat dat nog wel afhangt van factoren zoals onderwijskundige ontwikkelingen in de toekomst. Of je kunt aangeven dat als het al nodig blijkt te zijn de leerlingen te verplaatsen dat je er alles aan zult doen in overleg met de leerlingen om ze daar ook thuis te laten voelen. En die toezegging moet je dan natuurlijk wel nakomen. Die kun je met een beetje goede wil en inzet ook gewoon nakomen.

Je kunt als wethouder zeggen dat je de intentie hebt om een school niet verder uit te breiden, maar dat je niet in de toekomst kunt kijken met alle problemen die er altijd zijn met de betrouwbaarheid van leerlingprognoses. Je kunt wel de toezegging doen alles te doen wat in je macht ligt om de overlast voor omwonenden zoveel mogelijk te voorkomen. En die toezegging moet je dan natuurlijk wel gestand doen. Je zorgt er dan voor dat er een kiss and ride strook goed wordt ingericht en je spreekt met de wijkagenten af dat er strict gehandhaafd gaat worden. En dat blijf je dan ook goed in de gaten houden. Die toezegging kun je met een beetje goede wil en inzet gewoon nakomen,

Maar veel mensen aan de top hebben nu eenmaal de neiging om stoere taal te uiten en zo kritiek en kritische vragen te vermijden. Na mij de zondvloed, lijken ze hiermee te denken.En dan doen ze toezeggingen die ze nimmer gestand kunnen doen.

Dom, dom, dom.

Op dat moment zijn de mensen tevreden."Gaat u maar rustig slapen."Maar als later blijkt dat het een loze toezegging was, zijn de rapen gaar. Terecht.

Zeg gewoon wat je bedoeling is, maar geef ook meteen duidelijk aan dat er geen zekerheden bestaan. Nood breekt wetten en geld is nu eenmaal altijd een leidraad zolang er geen geldbomen gekweekt kunnen worden. De inkomsten van scholen en gemeentes zijn beperkt en elke euro kan maar eenmaal uitgegeven worden. Scholen groeien vaak onvoorzien uit hun jasje en dat weten we toch ondertussen wel.

Persoonlijk ben ik niet zo gecharmeerd van politici of andere leiders die vaak wilde toezeggingen doen. Door ervaring ben ik wijzer (of teleurgestelder) geworden. Maar je kunt het mensen niet kwalijk nemen dat een toezegging van iemand met macht (of het nu een schoolleider of een wethouder is)zeer serieus wordt genomen.Je moet toch uitgaan van vertrouwen.

zaterdag 22 januari 2011

Meer Engels voor een betere communicatie?

Premier Mark Rutte is deze week in het nieuws omdat is vastgesteld dat hij wel heel veel gebruik maakt van Engelse termen in zijn communicatie met Kamer, journalisten et cetera. Zo noemt hij zichzelf geen “old school politican”, wat dat ook mag zijn ( oftewel in het Engels “whatever that means” zoals Prince Charles ooit antwoordde op de vraag “Are you in love?”van een journalist bij het bekend maken van zijn verloving met Lady Diana Spencer .)

Mark Rutte verklaart zijn veelvuldig gebruik van Engelse termen uit de tijd dat hij nog voor Unilever werkte en veel in het Engels moest communiceren. Maar dat is toch al een tijdje terug. Hij heeft al eerder in een kabinet gezeten en is daarna ook nog een aantal jaren Kamerlid geweest. Bovendien viel het in die tijd niet zo erg op, terwijl zijn Unilever periode toen recenter historie was dan nu.

Wat kan de verklaring dan zijn voor het veelvuldig gebruik van Engelse woorden? Het staat “cool”, het past bij de opkomst van bijvoorbeeld nieuwe communicatiemiddelen als Twitter en FaceBook. Ook geeft het aan dat je breed georiënteerd bent en je helemaal hebt losgemaakt van de oer-Hollandse samenleving die inhoudt dat maandag wasdag is, woensdag gehaktdag, vrijdag vis, het doel van elk uitstapje is om gezellig weer naar huis te gaan en het zondagse bezoekje aan de schoonmoeder. Maar ja, die heeft Mark Rutte natuurlijk sowieso niet.

In een vorig leven heb ik zes jaar Engels gestudeerd. Ja, dat was in de tijd dat studenten nog lekker lang over hun studie mochten doen, ondertussen genietend van het bruisende studentenleven. Het was een leuke tijd. Toch heb ik nooit de neiging gehad veel Engelse woorden in mijn Nederlands te verwerken. Ook niet sinds ik in de politiek zit en dat is zo ondertussen ook al weer dertien jaar.

Maar, Rutte vaart er wel bij. Hij wordt volop geroemd om zijn goede communicatie en dat terwijl hij dus woorden gebruikt uit het Engels waarvan veel Nederlanders niet eens weten wat hi j ermee bedoelt. Maar misschien is dat wel het geheim van zijn succes en het geheim van een goede communicatie: je gooit er af en toe een term tussendoor die mensen niet begrijpen en dan denken ze meteen dat je wel heel slim moet zijn dat jij die term zomaar kan gebruiken.

Misschien is het iets dat ik toch maar eens moet gaan toepassen in mijn alledaagse Beverwijkse gemeenteraadspraktijk. Maar dan moet ik natuurlijk wel een hele serie uitdrukkingen en woorden gebruiken die een beetje origineel zijn. Anders kun je net zo goed de vaste politieke uitdrukkingen blijven gebruiken, zoals “Dat is een tunnelvisie, of: dat is appels met peren vergelijken. Of: dat verdient niet de schoonheidsprijs”.

Even het woordenboek erbij pakken. Misschien kan ik “to keep up with the Joneses” (zijn stand ophouden) eens gebruiken. In de discussie rond verhoging ozb zou deze zo gebruikt kunnen worden. “De gemeente Beverwijk moet de ozb wel verhogen, “to keep up with the Joneses”. Of als ik het ergens mee eens ben, kan ik beginnen met “A big hand for…”. Of ik vraag “reported progress” van de portefeuillehouder als ik wil dat hij een stand van zaken geef. Of als ik vind dat kosten tussen Heemskerk en Beverwijk eerlijk verdeeld moeten worden, heb ik het over “to space payments”. Of als een voorstel weinig oplevert: het voorstel “yields poorly”.

Maar een toepasselijke is ook “to put your money where your mouth is”. Als je iets wilt, moet je ook het geld leveren dat nodig is om het te financieren. Dus ook de dekking aanleveren. En deze stond niet eens in het handwoordenboek. Ook een leuke, voor als een portefeuillehouder teveel gaat zwalken is: “steady your helm”. Of als je het niet vertrouwt:"I smell a rat". Een voorstel waar geen ruggengraat uit blijkt , noem je “spineless”. Een verkwistende wethouder verwijt je “spendthrift”(je moet het natuurlijk wel kunnen uitspreken). Of je zegt als een wethouder grote risico’s neemt, terwijl hij onzeker overkomt dat hij zich moet voelen als “a canary in a coalmine”.

Ja, de communicatie zal zo in ieder geval verrassender worden. Ik moet het woordenboek nog maar wat verder uitpluizen, want ik wil op zoek naar echt originele uitspraken. Veel kennis van het Engels is in de afgelopen vijfentwintig jaar weggezakt. Maar, “there’s no time like the present” en ik zal me er weer eens in gaan verdiepen. Alles ten behoeve van een betere communicatie in de gemeenteraad.

dinsdag 11 januari 2011

Bijna 50 plus

Vandaag las ik in De Volkskrant een artikel over de 50 plus partij van Jan Nagel. Een nieuwe partij, die aan de Provinciale Statenverkiezingen wil meedoen en denkt daar wel wat zetels te kunnen scoren. Volgens Nagel zelf mikt hij op de ouderen die teleurgesteld zijn in de PVV die zijn standpunt over de AOW slechts kort na de verkiezingen over de helling gooide.

Nu heeft Jan Nagel aan meerdere partijen in het verleden meegewerkt en hij is blijkbaar niet vies van een vervolg op zijn politieke carrière op zijn 71 ste. Hij wil zelf dus graag doorwerken ver na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Iedereen die boven de vijftig is, wil hij aanspreken. Nu ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik na morgen ook 50 plus ben (want dat ben je namelijk een dag na je vijftigste verjaardag al). Maar ik voel me helemaal niet aangesproken door een man als Jan Nagel die net zo vaak van partij wisselt als Liz Taylor of Zsa Zsa Gabor van man wisselden in het verleden. Iemand die zo makkelijk het principe hanteert van “zoals de wind waait, waait mijn jasje” wekt bij mij wantrouwen op.

Als 50 plusser moet je oppassen dat je geen marketingproduct wordt. Nu weet ik dat bioscoop Cineworld sinds enige jaren de 50 plussers verwend met een speciale donderdagmiddagvoorstelling, waarbij je voor gereduceerd tarief naar de film kunt en dan ook nog een kopje koffie met cake gratis krijgt. Je kunt tegenwoordig zelfs kiezen uit drie voorstellingen. Dat is een leuke actie en aangezien ik donderdag vrij ben en morgen dus 50 wordt, hoop ik daar regelmatig gebruik van te maken. Dan neem ik het maar op de koop toe dat koffie met cake me ergens anders aan doet denken, namelijk aan een speciale gelegenheid waar je als 50 plusser vaker verschijnt dan je lief is. (Ja, dat bedoel ik dus).

Maar ik vertik het om een aparte doelgroep te vormen voor een politieke partij. Wat een onzin. Een politieke partij moet alle leeftijden vertegenwoordigen en daarbij de belangen van elke groep in de gaten houden. Maar vooral het algemeen belang. We kunnen nu eenmaal niet doorgaan met de pensioenen op deze hoogte te houden en dan als gegeven aannemen dat toekomstige generaties het zonder zullen moeten stellen. Denk maar aan de onder-dertigers van nu. Een vaste baan hebben ze al vaak niet (ze moeten het doen met jaarcontracten), een koophuis is niet te betalen. Een huurwoning in de sociale sector kunnen ze wel vergeten. Kinderopvang gaat hun een groot deel van het gezinsbudget kosten en dan staat hun ook nog te wachten dat ze tot hun zeventigste door zullen moeten werken en geen pensioen zullen ontvangen.

Nee, dat is een horrorscenario en dat wensen we onze kinderen echt niet toe. Dan zelf maar langer doorwerken, minder pensioen ontvangen en de uitgaven bijtijds terugschroeven, zodat we niet op een houtje hoeven te bijten. Maar laat alsjeblieft de jongere generaties niet in de kou staan. Er is niets mis met de oude politiek van solidariteit tussen de leeftijdsgroepen.

Dus weg met de 50 plus partij. Hopelijk richt Jan Nagel hierna niet ook nog eens een partij op die op gaat komen voor zielige figuren die de politiek niet los kunnen laten. Want die zijn er genoeg en zo’n partij zou wel eens op 1 of 2 zetels kunnen rekenen.

donderdag 6 januari 2011

Bijna vijftig

Ik kan er bijna niet van slapen: volgende week woensdag wordt mijn tweelingzus vijftig jaar en aangezien ik haar tweelingzus ben, geldt hetzelfde voor mij. Maar ik ben na de eerste aarzeling (omdat het wel oud klinkt) helemaal omgeturnd naar het positieve. Want het feit dat je vijftig wordt, geeft aan dat je tot een speciale categorie Nederlanders gaat behoren, namelijk de groep die:

Openlijk kritiek mag hebben op de gladheidsbestrijding van de afgelopen jaren, want “vroeger was alles beter, dus ook de gladheidsbestrijding”. Daar moet wel bij aangetekend worden dat nu de dooi flink ingevallen is, de gladheidsbestrijding helemaal op orde is.

Af en toe eens wat gas terug mag nemen en niet altijd meer mee hoeft te doen in de rat race. Je hoeft niet meer a la minute beslissingen te nemen. Men begrijpt dat je graag een afgewogen oordeel wilt geven. Dit komt vooral goed van pas in de politiek. Je komt al een klein beetje in de richting van wijs. Eigenwijs waren we altijd al.

Gelukkig niet behoort tot de babyboomers, dus wij worden niet verantwoordelijk gesteld voor de grote, grijze golf. Bovendien zijn we nog niet grijs, want de haarproducten van tegenwoordig verdoezelen dat nog aardig. Ook mannen mogen hun haren verven, al zullen niet veel mannen van deze generatie dat doen. Als grijsharig manmens word je toch gauw als eminence grise gezien en wie wil dat nu niet. Vrouwen kunnen beter wel blijven verven, want anders vinden ze je meteen een oud wijf en dat wil toch niemand van vijftig zich laten gebeuren?

Iin de leeftijdsgroep komt dat velen van ons opa en oma worden. Nu mag dat in mijn geval nog wel wat jaartjes duren, maar het is zeker een leuk vooruitzicht. Ik verheug me al op het voorlezen, want de kast staat vol met boekjes die zich daar voor lenen. Ook achter de zolderluiken ligt speelgoed dat wel voldoende is om vijf kleinkinderen tegelijktijdig bezig te houden.

Als hij/zij in de spiegel kijkt, zichzelf echt niet langer voor de gek kunt houden dat hij/zij jong is. Maar zeg nou eerlijk, je was vijf jaar geleden ook niet jong meer. Nu kun je het tenminste met bravoure dragen: “Ik ben 50, wat is daar mis mee”. Je mag net wat brutaler zijn dan een veertiger. Je kunt eindelijk eens lekker mee klagen over de jeugd van tegenwoordig. Dat verwacht men ook van je.

De groep die zich niet langer hoeft te schamen dat het favoriete tijdverdrijf lezen is. Een mooie, rustige hobby. Helaas tegenwoordig wel af en toe (bij slecht licht) met een leesbril. Maar tegen de tijd dat we eenenvijftig worden, zal ook bij goed licht de leesbril ons gezicht (ont)sieren. Wandelen mag ook eindelijk. Wandelen is echt een geschikte hobby voor vijftigers! Je ziet bijna niet anders in de duinen. Alleen staat het me nog wat tegen om dan ook meteen met zo’n rugzak te lopen, waarmee je aangeeft dat je echt de hele dag gaat wandelen. Je hebt dus een appel mee, boterhammen en een fles water. Misschien dat ik daar dit jaar nog ingroei, wie weet.

Op tijd naar bed gaat. Je bent tenslotte geen 18 meer. Geen stoere verhalen meer over tot diep in de nacht in de kroeg hangen en om half zeven weer fit je bed uit. Nee, eerlijk vertellen dat je doordat je elke dag vroeg opstaat in het weekend doodmoe bent, waardoor je dan toch echt tot negen uur uitslaapt en de rest van het weekend het lieft wandelt en leest en voor de televisie op de bank hangt, of achter de I-pad.

Ja, en dat ik ook zoiets wat mag als je 50 wordt: moderne snufjes kopen, waardoor je wel met je tijd blijft meegaan. Mijn mailtjes geven dan ook regelmatig de boodschap: verstuurd vanaf mijn I-pad. Ja, ja de midlifecrisis is een beetje aan ons voorbij gegaan. Dat was iets voor de vorige generatie. Wij doen het gewoon tien jaar later.

Al met al genoeg reden om opgewonden te zijn over het feestje dat volgende week te wachten staat. Het leven is sowieso een feestje, zolang je er maar aan denkt om zelf de slingers op te hangen.