Gisteren toch wel een schokkend verhaal in Een Vandaag over het grote aantal docenten in het voortgezet onderwijs dat bedreigd wordt door leerlingen. Vier op de tien worden met woorden bedreigd, zoals “ ******wijf” of “ik weet je te vinden”. Maar een op de tien wordt nog veel ernstiger bedreigd, door bijvoorbeeld met een mes te zwaaien, te slaan of te schoppen.
Enkele van de verhalen van docenten in dit tv programma waren echt bijzonder schokkend te noemen. Ook een opname van een oudere docent, die door een jongen werd geduwd, nog eens geduwd en bijna het klaslokaal werd uitgewerkt maakte veel indruk. De jongen noemde de docent steeds “opa” terwijl hij hem op een intimiderende manier steeds dichterbij kwam en wegduwde. Ik denk niet dat hij zijn opa zo behandeld, maar bij een docent mag dat blijkbaar wel.
Hoe zou het deze docent zijn vergaan? Zal hij steun hebben gekregen van collega’s, schoolleiding en thuisfront. Of heeft hij het misschien wel verborgen uit schaamte, omdat het lijkt of het aan jezelf ligt dat dit soort dingen gebeuren. Want wie laat zich nu door een leerling zo intimideren? Wie pikt dat nou? Het zal ook niet de eerste keer zijn dat deze leerling deze leraar zo benadert. Dit soort extreem gedrag komt niet uit het niets opeens opdagen. Misschien is de jongen al het hele jaar bezig geweest met zijn grenzen te verleggen en is het na maanden tot deze escalatie gekomen. En dan is er nog een andere leerling die het filmt ook. Zou de klas dit nu leuk hebben gevonden? Daar kreeg je geen goed beeld van. Ik hoop maar van niet.
Hoe komt het nu dat leerlingen dit soms doen? Zouden ze thuis ook zo tekeer gaan? Dat vraag je je toch wel af. Zou het nu altijd aan de docent zelf liggen, bijvoorbeeld omdat hij of zij zich te autoritair is? Dat kan ik niet geloven. De mensen die ik hun verhaal hoorde doen, leken absoluut niet tot die categorie te behoren. Waar ligt het dan aan? Zijn het soms watjes, die je alle kanten op hun duwen en die daardoor geen respect verdienen? Dat kan ik ook niet geloven.
Het lijkt net of het een andere wereld is, de wereld waarin docenten met dit soort geweld te maken hebben. Het lijkt wel een game, dat gespeeld wordt op internet. Je kunt alles doen, je kunt iemand hard raken, maar door de game merk je niets van emoties zoals angst, pijn, verdriet. Het zal je maar gezegd worden: “Als je me geen punt hoger geeft dan weet ik je te vinden en dan sla ik je hartstikke dood.” En dan daarna regelmatig voor het huis van de docent rondhangen en met een groep voor haar auto gaan staan als ze weg wil rijden. Achteraf kunnen anderen makkelijk zeggen: “Er is toch niets gebeurd, hij heeft toch niets gedaan?” Maar dat weet je nooit zeker. Nu ook jongeren zich met wapens uitleven in een winkelcentrum of op scholen een bloedbad aanrichten.
Wat ik nu zo opvallend vond uit de uitzending was dat heel vaak de schoolleiding geen actie onderneemt als een docent ernstig bedreigd werd. In 36 % van de gevallen zelfs was dit niet het geval. Terwijl je zou denken dat dit soort zaken uiterst serieus genomen wordt. Net als dat de politie jongeren die sms’jes sturen over dat ze een bloedbad zoals in het winkelcentrum gaan herhalen serieus neemt. Dan zit je meteen enkele dagen vast.
Het argument van de schoolleiding zou over het algemeen zijn dat ze de naam van de school niet willen aantasten. Dat vond ik merkwaardig om te horen. Ik zou als ouder juist blij zijn als jongeren die extreem agressief gedrag vertonen door de school flink worden aangepakt. Dan weet je tenminste dat jouw kind ook veilig is. Want op een school waar leerlingen worden bedreigd, worden ook leerlingen bedreigd, dat kan niet anders.
Scholen mogen geen virtuele wereld worden, waarin docenten de schietschijven worden waar jongeren zich genadeloos op mogen uitleven. Respect moet voor elke leerling de basis zijn. Respect naar de docent en respect van de docent naar de leerling. Een school die dit als uitgangspunt hanteert en ernaar handelt is een goede school voor zijn werknemers en is een school waar ouders hun kinderen met een gerust gevoel kunnen afleveren.
donderdag 28 april 2011
woensdag 20 april 2011
De mus, de merel en de betweter
Heeft u wel eens een mus gezien die zich bemoeide met hoe een merel zijn nest bouwt? Die kwettert dat het stom is om geen plastic te gebruiken, omdat dat juist zo goed isoleert en geen water doorlaat. Of een duif die kritiek heeft op het harde geluid dat twee nestelende Vlaamse gaaien maken, terwijl hij zelf de hele tijd aan het roekoe-en is? Of een koolmees die zich druk maakt over het feit dat de kauwen de grootste en vetste wurmen uit de grond pikken, zodat er voor hem slechts kleine scharminkels resten?
Nee, natuurlijk niet. Vogels hebben wel iets beters te doen dan zich druk te maken over de dingen die een andere vogel doet. Ze moeten eerst een geschikte partner vinden om samen deze lente en zomer door te brengen, dan moeten ze snel op zoek naar een geschikt plekje om het nest te bouwen. De ene soort doet dat onder oude dakpannen, de ander zoekt het wat lager op in struiken en heggen en sommigen maken hun nest heel hoog boven in een boom.
In de natuur is geen ruimte voor betweters. In de natuur zou een vogel die betweter is, waarschijnlijk snel aan zijn of haar einde komen. Als je je druk maakt om de andere vogels heb je geen tijd om zelf een nestje te bouwen, dus nageslacht kun je dan wel vergeten. Als je al niet door de kat van de buren gepakt wordt, die wel van een verzetje houdt. Je eindigt dan in een kattenbek, niet een benijdenswaardige positie voor een vogel.
In de mensenwereld zijn echter meer betweters dan je zou wensen. En de politiek is zelfs dik bezaaid met betweters. Mensen die altijd alles beter menen te weten. Een wijze van aanpak is per definitie de verkeerde, uitgegeven geld is per definitie zonde geld, of een verordening heeft wel twintig punten die anders geformuleerd hadden moeten worden. Iets kan nog zo goed doordacht zijn, de betweter weet het beter. Of denkt dat in ieder geval.
De tijd die daarom aan de vergaderingen besteed wordt, kan hierdoor enorm oplopen. Als je alle 10 beslispunten van een besluit aan het eind van je betoog nog eens doorneemt, neem je qua spreektijd toch gauw meer dan 10 minuten in beslag. En als je een dik boekwerk van 40 pagina’s beschouwt en op 15 pagina’s iets aan te merken hebt, kan een vergadering ook gefrustreerd worden qua tijdplanning. De streeftijd van half elf om te eindigen leidt tot a. de mogelijkheid dat de agendapunten die nog niet behandeld zijn door worden geschoven naar een volgende (extra) vergadering of b. dat het gewoon nog een stuk later wordt, bijvoorbeeld kwart over elf.
Om de raads- en commissievergaderingen aantrekkelijker te maken voor burgers, maar zeker ook voor aanstormend politiek talent, zullen we anders met onze betweterigheid moeten omgaan. Gewoon voor een vergadering dit soort zaken op papier zetten en de vragen vast doorspelen naar de ambtelijke organisatie en wethouder. Dan kan de vergadering, die later plaatsvindt, aanzienlijk bekort worden.
Dus; ruim baan voor de betweters, maar wel op de tijd en plaats die beter uitkomt. Dus; schriftelijke detailvragen stellen en in de vergadering moeten we ons voortaan beperken tot inhoudelijke discussie.
Misschien kunnen we dan zelfs wel eens gaan overwegen om in het nieuwe stadhuis burgers in groepjes uit te nodigen om naar onze vergaderingen te komen kijken. En als we ze dan niet meer afschrikken, willen ze misschien ook wel meedoen en hebben wij onze opvolgers gevonden.
Nee, natuurlijk niet. Vogels hebben wel iets beters te doen dan zich druk te maken over de dingen die een andere vogel doet. Ze moeten eerst een geschikte partner vinden om samen deze lente en zomer door te brengen, dan moeten ze snel op zoek naar een geschikt plekje om het nest te bouwen. De ene soort doet dat onder oude dakpannen, de ander zoekt het wat lager op in struiken en heggen en sommigen maken hun nest heel hoog boven in een boom.
In de natuur is geen ruimte voor betweters. In de natuur zou een vogel die betweter is, waarschijnlijk snel aan zijn of haar einde komen. Als je je druk maakt om de andere vogels heb je geen tijd om zelf een nestje te bouwen, dus nageslacht kun je dan wel vergeten. Als je al niet door de kat van de buren gepakt wordt, die wel van een verzetje houdt. Je eindigt dan in een kattenbek, niet een benijdenswaardige positie voor een vogel.
In de mensenwereld zijn echter meer betweters dan je zou wensen. En de politiek is zelfs dik bezaaid met betweters. Mensen die altijd alles beter menen te weten. Een wijze van aanpak is per definitie de verkeerde, uitgegeven geld is per definitie zonde geld, of een verordening heeft wel twintig punten die anders geformuleerd hadden moeten worden. Iets kan nog zo goed doordacht zijn, de betweter weet het beter. Of denkt dat in ieder geval.
De tijd die daarom aan de vergaderingen besteed wordt, kan hierdoor enorm oplopen. Als je alle 10 beslispunten van een besluit aan het eind van je betoog nog eens doorneemt, neem je qua spreektijd toch gauw meer dan 10 minuten in beslag. En als je een dik boekwerk van 40 pagina’s beschouwt en op 15 pagina’s iets aan te merken hebt, kan een vergadering ook gefrustreerd worden qua tijdplanning. De streeftijd van half elf om te eindigen leidt tot a. de mogelijkheid dat de agendapunten die nog niet behandeld zijn door worden geschoven naar een volgende (extra) vergadering of b. dat het gewoon nog een stuk later wordt, bijvoorbeeld kwart over elf.
Om de raads- en commissievergaderingen aantrekkelijker te maken voor burgers, maar zeker ook voor aanstormend politiek talent, zullen we anders met onze betweterigheid moeten omgaan. Gewoon voor een vergadering dit soort zaken op papier zetten en de vragen vast doorspelen naar de ambtelijke organisatie en wethouder. Dan kan de vergadering, die later plaatsvindt, aanzienlijk bekort worden.
Dus; ruim baan voor de betweters, maar wel op de tijd en plaats die beter uitkomt. Dus; schriftelijke detailvragen stellen en in de vergadering moeten we ons voortaan beperken tot inhoudelijke discussie.
Misschien kunnen we dan zelfs wel eens gaan overwegen om in het nieuwe stadhuis burgers in groepjes uit te nodigen om naar onze vergaderingen te komen kijken. En als we ze dan niet meer afschrikken, willen ze misschien ook wel meedoen en hebben wij onze opvolgers gevonden.
zondag 10 april 2011
Zondag openstelling: sleutel tot succes?
Afgelopen week hebben we in de raadscommissie een discussie gehad over het wel of niet mogelijk maken in de algemene plaatselijke verordening van een zondag openstelling het hele jaar rond. Dat zou inhouden dat winkeliers in Beverwijk en Wijk aan Zee allemaal zelf mogen bepalen of ze wel of niet open gaan. De voorstanders voorzien een opleving van de middenstand, die door de economische crisis een forse terugval in inkomsten heeft geconstateerd. Als de winkels maar open gaan op zondag, zouden de klanten vanzelf hun weg wel weer naar bijvoorbeeld de Breestraat weten te vinden en dan profiteren de winkeliers daar flink van. Is dat werkelijk zo, of zou er meer nodig zijn?
De tegenstanders voorzien problemen voor de kleine winkeliers. Zij hebben de zondag hard nodig voor familie aangezien zij geen of vrijwel geen personeel hebben. Dat zou dan betekenen zeven dagen per week aan de bak. Ga er maar eens aan staan. Die kleine winkeliers moeten mee met de grote zaken, want anders worden ze de dupe. De voorstanders zien dat anders. Men kan toch op een willekeurige dag in de week dicht blijven, bijvoorbeeld de dinsdag, zeggen zij.
Makkelijk is het om de discussie te voeren, moeilijk is het om te weten wat de gevolgen uiteindelijk zijn. Klopt het wel dat de winkels veel meer omzet gaan draaien als ze op zondag open gaan? Of kopen mensen dan doordeweeks minder? Komt er wel iemand op een snikhete zomerzondag naar de Breestraat? Dan zijn de winkels voor niets open. Zou het misschien ook nog zo kunnen zijn dat de winkels in luxe artikelen en kleding er wel bij varen, terwijl de drogist vrijwel geen omzet maakt? Wordt het niet alleen fun shoppen en later op internet bestellen?
Ik weet het niet. Ik heb zelf geen behoefte om op zondag te winkelen. Ik ga liever naar de duinen, of zoals vanmiddag naar Amsterdam. Lekker hangen in het Vondelpark en kijken naar de boten die door de grachten varen. Of fijn een boek lezen in de tuin, of bij slecht weer lekker binnen in de luie stoel. Uitgebreid kranten lezen of rustig internetten waar ik doordeweeks niet aan toe kom.
Maar, ik ben niet een maatstaf voor de winkeliers. Ik gun hun een goede omzet en als dat door een zondag openstelling gegarandeerd zou zijn, is dat prima. Maar er zitten veel meer haken en ogen aan dan je in eerste instantie denkt. Het besluit wordt eind deze maand genomen, dan weten we of we voortaan elke zondag een fles body lotion of een nieuw paar schoenen kunnen gaan kopen. Shop ze!
De tegenstanders voorzien problemen voor de kleine winkeliers. Zij hebben de zondag hard nodig voor familie aangezien zij geen of vrijwel geen personeel hebben. Dat zou dan betekenen zeven dagen per week aan de bak. Ga er maar eens aan staan. Die kleine winkeliers moeten mee met de grote zaken, want anders worden ze de dupe. De voorstanders zien dat anders. Men kan toch op een willekeurige dag in de week dicht blijven, bijvoorbeeld de dinsdag, zeggen zij.
Makkelijk is het om de discussie te voeren, moeilijk is het om te weten wat de gevolgen uiteindelijk zijn. Klopt het wel dat de winkels veel meer omzet gaan draaien als ze op zondag open gaan? Of kopen mensen dan doordeweeks minder? Komt er wel iemand op een snikhete zomerzondag naar de Breestraat? Dan zijn de winkels voor niets open. Zou het misschien ook nog zo kunnen zijn dat de winkels in luxe artikelen en kleding er wel bij varen, terwijl de drogist vrijwel geen omzet maakt? Wordt het niet alleen fun shoppen en later op internet bestellen?
Ik weet het niet. Ik heb zelf geen behoefte om op zondag te winkelen. Ik ga liever naar de duinen, of zoals vanmiddag naar Amsterdam. Lekker hangen in het Vondelpark en kijken naar de boten die door de grachten varen. Of fijn een boek lezen in de tuin, of bij slecht weer lekker binnen in de luie stoel. Uitgebreid kranten lezen of rustig internetten waar ik doordeweeks niet aan toe kom.
Maar, ik ben niet een maatstaf voor de winkeliers. Ik gun hun een goede omzet en als dat door een zondag openstelling gegarandeerd zou zijn, is dat prima. Maar er zitten veel meer haken en ogen aan dan je in eerste instantie denkt. Het besluit wordt eind deze maand genomen, dan weten we of we voortaan elke zondag een fles body lotion of een nieuw paar schoenen kunnen gaan kopen. Shop ze!
woensdag 30 maart 2011
Heeft u dat nu ook? Dat u de vogeltjes door de zomertijd een uur later hoort kwetteren? Dat is mooi meegenomen, want daardoor wordt ik een uur later wakker. Wel gezellig trouwens, dat kwetteren. Op internet kwetteren ook veel mensen, alleen noemen ze het daar twitteren. Sinds net twintig minuten geleden zit ik ook op twitter. En dat eigenlijk omdat ik vanmorgen wijkagent Leo van den Horn van de scholen in Beverwijk sprak en hij mij zijn twitter account gaf. Dat de politie op twitter zit, was mij al bekend uit de krant. Maar het is inderdaad best interessant om te volgen waar zo’n wijkagent nu mee bezig is.
Dat gaf de doorslag: nu moest ik toch ook eindelijk maar eens op twitter. Geen idee of er mensen geïnteresseerd zijn in wat ik te berichten heb, maar volgens mij maakt dat voor twitteraars in het algemeen niet eens uit. De meerderheid van de twitterberichten bestaat uit compleet nutteloze informatie en soms zijn het zelfs dingen die je niet eens wilt weten van mensen.
Maar ik neem mezelf voor om het internet niet te gaan overbelasten met mijn tweets. Bovendien heb ik wel een computer ter beschikking en ’s avonds een Ipad, maar ik beschik niet over een mobiele telefoon met internetverbinding. Daar ben ik heel blij mee, want als je zo om je heen kijkt, leidt dat heel erg af van de kern van waar je mee bezig bent. Ik moet er toch niet aan denken dat ik tijdens een raadsvergadering tweets ga sturen over de inhoud van de vergadering. Mijn email check of de voetbalstanden bij houd. Ik weet dat veel mensen dit doen, misschien dat daarom de vergaderingen vaak zo lang duren. Als je toch allerlei prive dingetjes kunt doen tijdens je werk, wil je er niet eens meer mee ophouden, toch?
Het gebruik van internettelefoons bij volwassenen is ondertussen te vergelijken met het blackberrygebruik van de jeugd op school. De hele tijd door gepriegel met knopjes tijdens de les, tijdens een gesprek, tijdens de lunch, tijdens het wcgebruik en noem maar zo op. Zijn ze ook maar 1 minuut hun mobiel kwijt, dan zijn de rapen gaar en flippen ze. Volwassenen scrollen tijdens vergaderingen hun internet af naar allerlei interessante zaken. Als je tenminste voetbaluitslagen interessant vindt. Email beantwoorden via de telefoon, alles is geoorloofd tijdens een vergadering. Maar hoe zit het dan met concentratie? Hoe zit het dan met het luisteren naar wat er gezegd wordt? Niet dat alles wat gezegd wordt nu zo interessant is, maar toch. Het getuigt toch wel van respect om in ieder geval nog te proberen er chocola van te maken.
Zoals de discussie rond de kistendam voor de Beverwijkse haven. Eerst zou hij 1,9 miljoen kosten voor de gemeente, toen werd het opeens 3,2 en nu kan het opeens toch “goedkoop”. Nou ja, binnen het oorspronkelijke bedrag dan. En dat hoor je dan 24 uur voor de vergadering van de commissie. Het lijkt op een goocheltruc , waar 1,3 miljoen eurootjes die nodig zouden zijn als sneeuw voor de zon verdwijnen als het warm onder de voeten wordt van de wethouder. Wat uiterst prettig dat 1 dag voor D Day (de dag waarop iedereen in de raad dacht dat de kistendam voorgoed van tafel zou gaan wegens de hoge kosten) er opeens ondernemers opstaan die het toch binnen het oorspronkelijke budget kunnen.
Wat zou je hier nou over kunnen twitteren? “Fijn dat de kistendam er toch nog goedkoop kan komen”of”Geweldige prestatie van het college”of “Petje af voor ondernemers die brood zien in kistendam”. Maar wat je dan hebt weggelaten is eigenlijk hetgene dat je juist de wereld wilt laten horen. Dat je je als raadslid niet serieus genomen voelt als dit soort bedragen heen en weer slingert. Een kistendam die eerst 1,9, daarna 3,2 en dan opeens toch 1,9 miljoen euro gaat kosten op het moment dat de gemeenteraad het plan in de prullenbak lijkt te gaan gooien.
Het gaat nogal niet nergens over. Het gaat om 1,3 miljoen euro’s belastinggeld. Gelukkig blijken ze nu niet nodig te zijn. Maar het proces is waardeloos geregisseerd. Het is een grote janboel. Oh nee, als politicus moet ik dan genuanceerd zeggen: het verdient niet de schoonheidsprijs. Maar ondertussen mag ik denken wat ik wil.
Dat gaf de doorslag: nu moest ik toch ook eindelijk maar eens op twitter. Geen idee of er mensen geïnteresseerd zijn in wat ik te berichten heb, maar volgens mij maakt dat voor twitteraars in het algemeen niet eens uit. De meerderheid van de twitterberichten bestaat uit compleet nutteloze informatie en soms zijn het zelfs dingen die je niet eens wilt weten van mensen.
Maar ik neem mezelf voor om het internet niet te gaan overbelasten met mijn tweets. Bovendien heb ik wel een computer ter beschikking en ’s avonds een Ipad, maar ik beschik niet over een mobiele telefoon met internetverbinding. Daar ben ik heel blij mee, want als je zo om je heen kijkt, leidt dat heel erg af van de kern van waar je mee bezig bent. Ik moet er toch niet aan denken dat ik tijdens een raadsvergadering tweets ga sturen over de inhoud van de vergadering. Mijn email check of de voetbalstanden bij houd. Ik weet dat veel mensen dit doen, misschien dat daarom de vergaderingen vaak zo lang duren. Als je toch allerlei prive dingetjes kunt doen tijdens je werk, wil je er niet eens meer mee ophouden, toch?
Het gebruik van internettelefoons bij volwassenen is ondertussen te vergelijken met het blackberrygebruik van de jeugd op school. De hele tijd door gepriegel met knopjes tijdens de les, tijdens een gesprek, tijdens de lunch, tijdens het wcgebruik en noem maar zo op. Zijn ze ook maar 1 minuut hun mobiel kwijt, dan zijn de rapen gaar en flippen ze. Volwassenen scrollen tijdens vergaderingen hun internet af naar allerlei interessante zaken. Als je tenminste voetbaluitslagen interessant vindt. Email beantwoorden via de telefoon, alles is geoorloofd tijdens een vergadering. Maar hoe zit het dan met concentratie? Hoe zit het dan met het luisteren naar wat er gezegd wordt? Niet dat alles wat gezegd wordt nu zo interessant is, maar toch. Het getuigt toch wel van respect om in ieder geval nog te proberen er chocola van te maken.
Zoals de discussie rond de kistendam voor de Beverwijkse haven. Eerst zou hij 1,9 miljoen kosten voor de gemeente, toen werd het opeens 3,2 en nu kan het opeens toch “goedkoop”. Nou ja, binnen het oorspronkelijke bedrag dan. En dat hoor je dan 24 uur voor de vergadering van de commissie. Het lijkt op een goocheltruc , waar 1,3 miljoen eurootjes die nodig zouden zijn als sneeuw voor de zon verdwijnen als het warm onder de voeten wordt van de wethouder. Wat uiterst prettig dat 1 dag voor D Day (de dag waarop iedereen in de raad dacht dat de kistendam voorgoed van tafel zou gaan wegens de hoge kosten) er opeens ondernemers opstaan die het toch binnen het oorspronkelijke budget kunnen.
Wat zou je hier nou over kunnen twitteren? “Fijn dat de kistendam er toch nog goedkoop kan komen”of”Geweldige prestatie van het college”of “Petje af voor ondernemers die brood zien in kistendam”. Maar wat je dan hebt weggelaten is eigenlijk hetgene dat je juist de wereld wilt laten horen. Dat je je als raadslid niet serieus genomen voelt als dit soort bedragen heen en weer slingert. Een kistendam die eerst 1,9, daarna 3,2 en dan opeens toch 1,9 miljoen euro gaat kosten op het moment dat de gemeenteraad het plan in de prullenbak lijkt te gaan gooien.
Het gaat nogal niet nergens over. Het gaat om 1,3 miljoen euro’s belastinggeld. Gelukkig blijken ze nu niet nodig te zijn. Maar het proces is waardeloos geregisseerd. Het is een grote janboel. Oh nee, als politicus moet ik dan genuanceerd zeggen: het verdient niet de schoonheidsprijs. Maar ondertussen mag ik denken wat ik wil.
zondag 20 maart 2011
Gezocht: een schoolplein om te kunnen spelen
In de tijd dat ik naar de basisschool ging, zo midden jaren zestig tot vroeg in de jaren zeventig, was een schoolplein nog vooral een speelplein. Wat deed je er zo niet al? Knikkeren, papagaaitje leef je nog, meidentikkertje, kaatsen tegen de muren, voetballen, elastieken, in de winter ijsbanen maken enzovoort. Er was altijd volop ruimte om iedereen zijn of haar gang te kunnen laten gaan. Een groot stuk van het plein voor het meidentikkertje, een stuk aan de zijkant voor de elastiekers, tegen de buitenkant van de lokalen aan een flinke reep voor het knikkeren en zo was iedereen tevreden.
Wat is er veel veranderd sinds die tijd. Menig schoolplein is in en na de tijd van de scholenfusies veranderd in een plein waar noodlokalen of permanente uitbreiding is gehuisvest. Zo schrok ik vorige week toen ik langs het schoolplein van De Zevensprong liep. Nadat enige jaren terug extra semipermanente bouw en noodlokalen zijn gerealiseerd op dit terrein, is nu weer een extra noodgebouw van ongeveer twaalf bij zes meter gerealiseerd. De dagen ervoor zag ik al activiteiten die aangaven dat er wat te gebeuren stond, zoals het weghalen van de stoeptegels van het schoolplein. Ik dacht eerst nog dat er misschien een leuke, uitdagende speelvoorziening zou komen, maar het bleek dus om een uitbreiding van het gebouw te gaan met toch wel zo’n 72 vierkante meter.
Nadat ik net even op de site van De Zevensprong heb gekeken, begrijp ik de noodzaak tot uitbreiding wel. Volgens de site huisvest de school 6 groepen speciaal basisonderwijs en 7 groepen voortgezet speciaal onderwijs. Ook lees ik op de site dat het een regionale school is van Helioskoop en dat de leerlingen uit de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Velsen, Castricum en Zaanstad komen. Heel iets anders dus dan de kleine basisschool die daar ooit gehuisvest was in het oude gebouw en die met twee andere basisscholen gefuseerd is tot ’t Kraaienest, nu gevestigd aan de Laan van Blois. De geschiedenis ken ik heel goed, want in die tijd was ik lid van de actieouders van ’t Kraaienest, ouders van de drie scholen die zich grote zorgen maakten over de huisvesting op 1 locatie van de drie scholen. Wij voorzagen allerlei problemen, zoals het tekort aan speelruimte op het schoolplein, een gevaarlijke oversteek van honderden leerlingen over de Wijk aan Duinerweg (dat was nog de tijd voor de rotonde).
Volgens de gemeente zou het allemaal wel los lopen met onze angsten en voorziene problemen. Maar kijk nu eens goed om je heen wat er in Beverwijk gebeurd is op de schoolpleinen. Bij ’t Kraainest is een gigantisch complex aan de voorkant verrezen, waardoor het schoolplein enorm verkleind is. Dit is nota bene een gewone openbare basisschool, dus geen regionale functie. De leerlingenaantallen zijn zodanig gestegen dat dit soort ingrepen nodig waren om de leerlingen te kunnen plaatsen. De Zevensprong, die wel een regionale functie heeft als school voor speciaal onderwijs, heeft hetzelfde moeten doen om aan de behoefte te kunnen voldoen.
Maar de kinderen kunnen niet meer zo lekker uitrennen als wij vroeger wel konden. Hebben kinderen van tegenwoordig dan minder beweging nodig? Natuurlijk niet. Juist in deze tijd dat kinderen in hun vrije tijd veel tijd achter de computer en voor de televisie doorbrengen is het extra belangrijk dat ze volop kunnen bewegen (rennen) in hun pauze op school. Het is niet genoeg om een kwartiertje in een hoekje je boterham op te eten. Het is belangrijk om je fysiek lekker uit te kunnen leven zodat je daarna weer een tijdje rustig op je stoel kunt zitten om leerstof te verwerken.
Kinderen hebben recht op veel ruimte op het schoolplein. En wat doen wij, de volwassenen? Wij besluiten dat grote scholen de toekomst hebben. Maar we gaan uit van de huidige scholen en die breiden we uit tot megacomplexen op een locatie die daar eigenlijk niet geschikt voor is.
Bestaat er eigenlijk wel zoiets als een minimaal aantal vierkante meters schoolplein per leerling? Het lijkt er niet op.
En dan heb je de kans om bij de Broekpolder school MFA voor een andere oplossing te kiezen dan optoppen van het gebouw, wat de ouders en veel gemeenteraadsleden willen. Een oplossing die weliswaar geen speelruimte kost, maar wel weer meer leerlingen op deze locatie oplevert die van hetzelfde aantal vierkante meters speelruimte gebruik moeten maken. En dan gaat het niet om 1 of 2 keer 25 leerlingen. Nee, het gaat om meer dan 9 klassen, jarenlang. Het zou verstandig zijn om in de jaren van de grote ruimtenood gebruik te maken van een volledig opgeknapt gebouw aan de Belgiëlaan. Weliswaar tweehonderd meter uit de wijk, maar met een eigen schoolplein, volop ruimte en een veilige route te fiets of te voet ernaartoe.
Waarom wordt er steeds gekozen voor het volplempen van onderwijslocaties ten koste van de bewegingsvrijheid van de kinderen? Ik vind het jammer en hoop dat alle kinderen die overdag te weinig beweging krijgen tijdens schooltijd door hun ouders gestimuleerd worden om na schooltijd die schade in te halen. Dus eropuit naar de speeltuin, naar de duinen of het strand. Maar het blijft jammer dat het aspect van te weinig bewegingsmogelijkheden voor kinderen tijdens schooltijd een onderbelicht probleem blijft bij het oplossen van ruimtegebrek.
Wanneer komen we daar nu eens met zijn allen tegen in beweging?
Wat is er veel veranderd sinds die tijd. Menig schoolplein is in en na de tijd van de scholenfusies veranderd in een plein waar noodlokalen of permanente uitbreiding is gehuisvest. Zo schrok ik vorige week toen ik langs het schoolplein van De Zevensprong liep. Nadat enige jaren terug extra semipermanente bouw en noodlokalen zijn gerealiseerd op dit terrein, is nu weer een extra noodgebouw van ongeveer twaalf bij zes meter gerealiseerd. De dagen ervoor zag ik al activiteiten die aangaven dat er wat te gebeuren stond, zoals het weghalen van de stoeptegels van het schoolplein. Ik dacht eerst nog dat er misschien een leuke, uitdagende speelvoorziening zou komen, maar het bleek dus om een uitbreiding van het gebouw te gaan met toch wel zo’n 72 vierkante meter.
Nadat ik net even op de site van De Zevensprong heb gekeken, begrijp ik de noodzaak tot uitbreiding wel. Volgens de site huisvest de school 6 groepen speciaal basisonderwijs en 7 groepen voortgezet speciaal onderwijs. Ook lees ik op de site dat het een regionale school is van Helioskoop en dat de leerlingen uit de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Velsen, Castricum en Zaanstad komen. Heel iets anders dus dan de kleine basisschool die daar ooit gehuisvest was in het oude gebouw en die met twee andere basisscholen gefuseerd is tot ’t Kraaienest, nu gevestigd aan de Laan van Blois. De geschiedenis ken ik heel goed, want in die tijd was ik lid van de actieouders van ’t Kraaienest, ouders van de drie scholen die zich grote zorgen maakten over de huisvesting op 1 locatie van de drie scholen. Wij voorzagen allerlei problemen, zoals het tekort aan speelruimte op het schoolplein, een gevaarlijke oversteek van honderden leerlingen over de Wijk aan Duinerweg (dat was nog de tijd voor de rotonde).
Volgens de gemeente zou het allemaal wel los lopen met onze angsten en voorziene problemen. Maar kijk nu eens goed om je heen wat er in Beverwijk gebeurd is op de schoolpleinen. Bij ’t Kraainest is een gigantisch complex aan de voorkant verrezen, waardoor het schoolplein enorm verkleind is. Dit is nota bene een gewone openbare basisschool, dus geen regionale functie. De leerlingenaantallen zijn zodanig gestegen dat dit soort ingrepen nodig waren om de leerlingen te kunnen plaatsen. De Zevensprong, die wel een regionale functie heeft als school voor speciaal onderwijs, heeft hetzelfde moeten doen om aan de behoefte te kunnen voldoen.
Maar de kinderen kunnen niet meer zo lekker uitrennen als wij vroeger wel konden. Hebben kinderen van tegenwoordig dan minder beweging nodig? Natuurlijk niet. Juist in deze tijd dat kinderen in hun vrije tijd veel tijd achter de computer en voor de televisie doorbrengen is het extra belangrijk dat ze volop kunnen bewegen (rennen) in hun pauze op school. Het is niet genoeg om een kwartiertje in een hoekje je boterham op te eten. Het is belangrijk om je fysiek lekker uit te kunnen leven zodat je daarna weer een tijdje rustig op je stoel kunt zitten om leerstof te verwerken.
Kinderen hebben recht op veel ruimte op het schoolplein. En wat doen wij, de volwassenen? Wij besluiten dat grote scholen de toekomst hebben. Maar we gaan uit van de huidige scholen en die breiden we uit tot megacomplexen op een locatie die daar eigenlijk niet geschikt voor is.
Bestaat er eigenlijk wel zoiets als een minimaal aantal vierkante meters schoolplein per leerling? Het lijkt er niet op.
En dan heb je de kans om bij de Broekpolder school MFA voor een andere oplossing te kiezen dan optoppen van het gebouw, wat de ouders en veel gemeenteraadsleden willen. Een oplossing die weliswaar geen speelruimte kost, maar wel weer meer leerlingen op deze locatie oplevert die van hetzelfde aantal vierkante meters speelruimte gebruik moeten maken. En dan gaat het niet om 1 of 2 keer 25 leerlingen. Nee, het gaat om meer dan 9 klassen, jarenlang. Het zou verstandig zijn om in de jaren van de grote ruimtenood gebruik te maken van een volledig opgeknapt gebouw aan de Belgiëlaan. Weliswaar tweehonderd meter uit de wijk, maar met een eigen schoolplein, volop ruimte en een veilige route te fiets of te voet ernaartoe.
Waarom wordt er steeds gekozen voor het volplempen van onderwijslocaties ten koste van de bewegingsvrijheid van de kinderen? Ik vind het jammer en hoop dat alle kinderen die overdag te weinig beweging krijgen tijdens schooltijd door hun ouders gestimuleerd worden om na schooltijd die schade in te halen. Dus eropuit naar de speeltuin, naar de duinen of het strand. Maar het blijft jammer dat het aspect van te weinig bewegingsmogelijkheden voor kinderen tijdens schooltijd een onderbelicht probleem blijft bij het oplossen van ruimtegebrek.
Wanneer komen we daar nu eens met zijn allen tegen in beweging?
zondag 13 maart 2011
Wanneer gaat Beverwijk de taal van de burgers spreken?
Vele jaren geleden werd een campagne bedacht om de burgers meer bij de gemeente en het bestuur van die gemeente te betrekken. De campagne werd gevoerd onder de slogan: “beverwijk spreekt je taal!”. Een kreet die moest bewerkstelligen dat de burgers zich begrepen voelden door de gemeente. Vandaar dat ook op de koffiekopjes die slogan te lezen was. En op melkbekers, want daar vond ik er 1 van in een kast toen ik wethouder was.
Wat was er nu eigenlijk mis met de slogan, die ondertussen allang weer verbannen is uit het stadskantoor? Er was veel weerstand van burgers en instanties die zich juist helemaal niet begrepen vonden door de gemeente. Of was het misschien het uitroepteken die net over de top was? Geen idee, maar er was blijkbaar genoeg reden om te stoppen met de campagne. Maar wat kwam er nu eigenlijk daarna? Was er een andere kreet die wel aan zou slaan bij de burgers?
Aan het aantal burgers te oordelen dat naar raads- en commissievergaderingen komt, zou je zeggen dat we als raadsleden en wethouders minder dan ooit de taal van de burgers spreken. En dan zijn er nog raadsleden die denken dat burgers de vergaderingen echt volgen. Zo is er bijvoorbeeld weerstand tegen een schriftelijke inbreng voor commissies rond de grote financiële stukken. Er zijn raadsleden die van mening zijn dat dat een nadeel is voor de burgers. Zij vinden dat vergaderingen desnoods tot midden in de nacht mogen duren om de burgers maar de gelegenheid te geven alle overwegingen van de verschillende partijen te kunnen volgen. En wie gaat dat dan doen? Er komt nu al geen mens vrijwillig naar korter durende raadsvergaderingen.
Diverse raadsleden ergeren zich aan de ellenlange bijdrage van sommige van hun collega’s. Niet dat die collega’s zich daar bewust van zijn trouwens. Die vinden hun eigen verhalen zo interessant, dus dan zal een ander dat ook wel vinden, zo is hun redenering. Dikke doei! Als ze de moeite zouden nemen om eens goed de zaal rond te kijken, zouden ze zien dat menig raadslid begint te gapen, op zijn of haar stoel begint te draaien, uitgebreid een plaspauze neemt of de mobiele berichten ongegeneerd zit door te nemen tijdens hun betoog.
Om de taal van de burgers te spreken, zou je je verhaal zo moeten houden dat het voor burgers ook te volgen is en niet elke bladzijde van een stuk bespreken dat door burgers niet gelezen wordt. Nu worden vaak opmerkingen tijdens vergaderingen geplaatst die echt niet interessant zijn. Niet voor burgers, maar ook niet voor andere raadsleden. Waarom neem je geen contact van te voren op met de wethouder of met de griffie zodat dit soort zaken doorgespeeld wordt naar de betreffende ambtenaar zonder iedereen daarmee te vervelen? Die gedacht komt vaak bij mij naar boven.
Jammer is dat steeds meer burgers geen interesse hebben in besluiten die door raadsleden over onze gemeente en alle zaken die daar spelen genomen worden. Alleen als men zelf geraakt wordt door een bepaald besluit, bijvoorbeeld aanpassing van parkeerplaatsen of de huisvestingsproblemen van de school waar de kinderen op zitten, komt men nog wel eens luisteren bij een commissie- of raadsvergadering. Het zou toch veel beter zijn als de vergaderingen zo interessant waren dat ook een algemeen geïnteresseerde burger zou willen komen meeluisteren?
Wat gaan we daaraan doen? Nou, in ieder geval geen slogan opwerpen en hopen dat de rest dan vanzelf volgt. Het zou goed zijn als de burgers zelf in actie komen die zeggen: we pikken het niet meer dat het voor ons niet interessant is om bij een vergadering te zitten. Er gaat een clubje geformeerd worden van algemeen geïnteresseerde burgers, die zich ertoe zetten om een half jaar lang (ja, ik geef toe, het is even doorbijten, maar het is tenslotte voor het goede doel) alle vergaderingen van commissies en raad bij te wonen. Na elke vergadering maken ze een uitgebreide evaluatie met punten die hun zijn opgevallen en tips voor de toekomst. Ze sturen dit naar alle raadsleden en naar de pers. Kijken hoe lang het dan duurt voordat de raad van Beverwijk je taal spreekt.
Of heeft iemand een beter idee?
Wat was er nu eigenlijk mis met de slogan, die ondertussen allang weer verbannen is uit het stadskantoor? Er was veel weerstand van burgers en instanties die zich juist helemaal niet begrepen vonden door de gemeente. Of was het misschien het uitroepteken die net over de top was? Geen idee, maar er was blijkbaar genoeg reden om te stoppen met de campagne. Maar wat kwam er nu eigenlijk daarna? Was er een andere kreet die wel aan zou slaan bij de burgers?
Aan het aantal burgers te oordelen dat naar raads- en commissievergaderingen komt, zou je zeggen dat we als raadsleden en wethouders minder dan ooit de taal van de burgers spreken. En dan zijn er nog raadsleden die denken dat burgers de vergaderingen echt volgen. Zo is er bijvoorbeeld weerstand tegen een schriftelijke inbreng voor commissies rond de grote financiële stukken. Er zijn raadsleden die van mening zijn dat dat een nadeel is voor de burgers. Zij vinden dat vergaderingen desnoods tot midden in de nacht mogen duren om de burgers maar de gelegenheid te geven alle overwegingen van de verschillende partijen te kunnen volgen. En wie gaat dat dan doen? Er komt nu al geen mens vrijwillig naar korter durende raadsvergaderingen.
Diverse raadsleden ergeren zich aan de ellenlange bijdrage van sommige van hun collega’s. Niet dat die collega’s zich daar bewust van zijn trouwens. Die vinden hun eigen verhalen zo interessant, dus dan zal een ander dat ook wel vinden, zo is hun redenering. Dikke doei! Als ze de moeite zouden nemen om eens goed de zaal rond te kijken, zouden ze zien dat menig raadslid begint te gapen, op zijn of haar stoel begint te draaien, uitgebreid een plaspauze neemt of de mobiele berichten ongegeneerd zit door te nemen tijdens hun betoog.
Om de taal van de burgers te spreken, zou je je verhaal zo moeten houden dat het voor burgers ook te volgen is en niet elke bladzijde van een stuk bespreken dat door burgers niet gelezen wordt. Nu worden vaak opmerkingen tijdens vergaderingen geplaatst die echt niet interessant zijn. Niet voor burgers, maar ook niet voor andere raadsleden. Waarom neem je geen contact van te voren op met de wethouder of met de griffie zodat dit soort zaken doorgespeeld wordt naar de betreffende ambtenaar zonder iedereen daarmee te vervelen? Die gedacht komt vaak bij mij naar boven.
Jammer is dat steeds meer burgers geen interesse hebben in besluiten die door raadsleden over onze gemeente en alle zaken die daar spelen genomen worden. Alleen als men zelf geraakt wordt door een bepaald besluit, bijvoorbeeld aanpassing van parkeerplaatsen of de huisvestingsproblemen van de school waar de kinderen op zitten, komt men nog wel eens luisteren bij een commissie- of raadsvergadering. Het zou toch veel beter zijn als de vergaderingen zo interessant waren dat ook een algemeen geïnteresseerde burger zou willen komen meeluisteren?
Wat gaan we daaraan doen? Nou, in ieder geval geen slogan opwerpen en hopen dat de rest dan vanzelf volgt. Het zou goed zijn als de burgers zelf in actie komen die zeggen: we pikken het niet meer dat het voor ons niet interessant is om bij een vergadering te zitten. Er gaat een clubje geformeerd worden van algemeen geïnteresseerde burgers, die zich ertoe zetten om een half jaar lang (ja, ik geef toe, het is even doorbijten, maar het is tenslotte voor het goede doel) alle vergaderingen van commissies en raad bij te wonen. Na elke vergadering maken ze een uitgebreide evaluatie met punten die hun zijn opgevallen en tips voor de toekomst. Ze sturen dit naar alle raadsleden en naar de pers. Kijken hoe lang het dan duurt voordat de raad van Beverwijk je taal spreekt.
Of heeft iemand een beter idee?
maandag 21 februari 2011
Politieke houdbaarheidsdatum: tijd voor een sticker?
De laatste dagen valt het wel op: politici waarvan je dacht dat ze allang afscheid hadden genomen, verschijnen opeens weer met hun tronie op de televisie als het gaat om de komende Provinciale Staten Verkiezingen. Dat geldt voor mensen als Elco Brinkman en Loek Hermans. Brinkman was begin jaren negentig de kroonprins van het CDA en ging roemloos ten onder aan de kritiek die de toenmalige premier Ruud Lubbers op hem had. Ondanks de Brinkman shuffle, die zorgvuldig was ingestudeerd onder een spin doctor die nog steeds niet van de buis af te slaan is. Nee, ik noem geen naam. Af geserveerd en in 2011 gewoon weer opgediend met een sausje van ervaren bestuurder eroverheen.
Ook voor Hermans geldt dat je denkt: wat moet hij nu weer in de politiek. Kunnen die mensen nu niet eens een keer ophouden? Is hun politieke houdbaarheidsdatum nu nog niet verstreken?En die aardappel zit nog steeds vast in zijn keel.
Als je een product koopt in de supermarkt staat er vaak een handige houdbaarheidsdatum op. Dan weet je dat de kwaliteit van het product daarna achteruit gaat. Soms gaat dat vrij snel, bijvoorbeeld met voorgesneden groente, soms iets langzamer zoals met yoghurt en vla en soms kun je de houdbaarheidsdatum met een korreltje zout nemen, zoals bij blikfruit. Jaren later is dit nog steeds goed te eten.
Bij politici ligt dit moeilijker. Wie bepaalt de politieke houdbaarheidsdatum? Het is ontegenzeggelijk waar dat jarenlange ervaring goede zaken met zich meebrengt, maar het kan ook enorm belemmerend werken. Als politici niet meer met een open blik kunnen kijken, omdat iets nu eenmaal altijd op deze manier gewerkt heeft, zal men niet snel naar een andere manier zoeken. Zelfs als de effectiviteit achteruit gaat. Zolang het gaat, gaat het.
Plaatselijk kunnen we er ook wat van. In de raad van Beverwijk zitten diverse mensen die hier al meer dan tien jaar zitten. Daar hoor ik zelf ook bij. Zelfs mensen die langer dan vijftien jaar of nog langer in de politieke arena rondlopen zijn geen uitzondering. Wat is nu precies de politieke houdbaarheidsdatum van politici in een tijd dat in het bedrijfsleven toch wel elke zeven jaar naar een andere functie wordt omgekeken?
Geen idee. Vaak hoor je zeggen dat na twee periodes (zo’n acht jaar) een politicus plaats zou moeten maken voor een nieuweling. Helaas zijn er steeds minder mensen lid van een politieke partij en dus zijn er minder nieuwelingen beschikbaar die daadwerkelijk een plaats in de gemeenteraad ambiëren. Dus blijven de oudgedienden langer zitten. Is dat echt erg? In sommige gevallen wel. Soms roest iemand zo vast op zijn of haar eigen stokpaardjes dat het erg is. Als je niet meer verder kunt kijken dan je eigen ideeën werkt het belemmerend in de besluitvorming. Gelukkig zijn er genoeg mensen die niet vastroesten en die open naar zaken blijven kijken. Zolang die nog de meerderheid vormen is er eigenlijk niet zoveel aan de hand.
Blijft het feit dat ik het als kijker niet prettig vindt om allerlei politici die als het goed is heel veel ervaring hebben holle kreten te horen slaken, waarvan je dacht dat ze aan de PVV waren voorbehouden. Jammer, een gemiste kans. Ik stem voor een politieke houdbaarheidsdatum voor politici. Die stel ik dan maar voorlopig op twintig jaar, dan kan ik zelf tenminste nog even mee.
Ook voor Hermans geldt dat je denkt: wat moet hij nu weer in de politiek. Kunnen die mensen nu niet eens een keer ophouden? Is hun politieke houdbaarheidsdatum nu nog niet verstreken?En die aardappel zit nog steeds vast in zijn keel.
Als je een product koopt in de supermarkt staat er vaak een handige houdbaarheidsdatum op. Dan weet je dat de kwaliteit van het product daarna achteruit gaat. Soms gaat dat vrij snel, bijvoorbeeld met voorgesneden groente, soms iets langzamer zoals met yoghurt en vla en soms kun je de houdbaarheidsdatum met een korreltje zout nemen, zoals bij blikfruit. Jaren later is dit nog steeds goed te eten.
Bij politici ligt dit moeilijker. Wie bepaalt de politieke houdbaarheidsdatum? Het is ontegenzeggelijk waar dat jarenlange ervaring goede zaken met zich meebrengt, maar het kan ook enorm belemmerend werken. Als politici niet meer met een open blik kunnen kijken, omdat iets nu eenmaal altijd op deze manier gewerkt heeft, zal men niet snel naar een andere manier zoeken. Zelfs als de effectiviteit achteruit gaat. Zolang het gaat, gaat het.
Plaatselijk kunnen we er ook wat van. In de raad van Beverwijk zitten diverse mensen die hier al meer dan tien jaar zitten. Daar hoor ik zelf ook bij. Zelfs mensen die langer dan vijftien jaar of nog langer in de politieke arena rondlopen zijn geen uitzondering. Wat is nu precies de politieke houdbaarheidsdatum van politici in een tijd dat in het bedrijfsleven toch wel elke zeven jaar naar een andere functie wordt omgekeken?
Geen idee. Vaak hoor je zeggen dat na twee periodes (zo’n acht jaar) een politicus plaats zou moeten maken voor een nieuweling. Helaas zijn er steeds minder mensen lid van een politieke partij en dus zijn er minder nieuwelingen beschikbaar die daadwerkelijk een plaats in de gemeenteraad ambiëren. Dus blijven de oudgedienden langer zitten. Is dat echt erg? In sommige gevallen wel. Soms roest iemand zo vast op zijn of haar eigen stokpaardjes dat het erg is. Als je niet meer verder kunt kijken dan je eigen ideeën werkt het belemmerend in de besluitvorming. Gelukkig zijn er genoeg mensen die niet vastroesten en die open naar zaken blijven kijken. Zolang die nog de meerderheid vormen is er eigenlijk niet zoveel aan de hand.
Blijft het feit dat ik het als kijker niet prettig vindt om allerlei politici die als het goed is heel veel ervaring hebben holle kreten te horen slaken, waarvan je dacht dat ze aan de PVV waren voorbehouden. Jammer, een gemiste kans. Ik stem voor een politieke houdbaarheidsdatum voor politici. Die stel ik dan maar voorlopig op twintig jaar, dan kan ik zelf tenminste nog even mee.
Abonneren op:
Posts (Atom)