De komende jaren zullen er grote bezuinigingen vanuit het Rijk op de gemeentes afkomen. Dit betekent dat er keuzes gemaakt zullen moeten worden. Gaan we alleen bezuinigen of gaan we ook de lasten voor de burgers verhogen? Tijdens de periode van gemeenteraadsverkiezingen zijn er genoeg partijen die beweren dat de lokale belastingen nog wel omlaag kunnen. Er valt volgens hen genoeg te halen op instellingen (cultuur, welzijn, sport, onderwijs).Dit scoort goed bij de burgers, want iedereen houdt het liefst zoveel mogelijk geld in zijn eigen portemonnee.
Maar kunnen de belastingen wel omlaag of is het gewoon dom om dat voor te stellen?
In principe kunnen belastingen altijd omlaag als je maar bereid bent om daarvoor genoeg in te leveren. Inleveren op voorzieningen op het gebied van welzijn, cultuur, sport. Zolang dat alleen op papier gebeurt, doet dat geen pijn. Maar als die bezuinigingen worden ingevoerd, beginnen allerlei partijen te protesteren. Denk maar aan de bezuinigingen die de afgelopen raadsperiode in Beverwijk zijn doorgevoerd. 15% is ingeleverd door diverse instellingen.
Toen SWB (Stichting Welzijn Beverwijk) daadwerkelijk moest gaan schrappen, werd het ouderencentrum De Nieuwe Slof opgeofferd. Veel mensen in Beverwijk vonden dat schandalig. Het centrum was opgericht om een kwaliteitsslag te maken voor de ouderen en er was nogal wat geld van de gemeente ingestoken. Als portefeuillehouder die de bezuinigingen moest doorvoeren heeft het mij heel wat moeite gekost om samen met de ouderen en het Kennemer Theater in ieder geval het biljarten voor ouderen in De Slof te houden. Het Kennemer Theater heeft hier veel energie en tijd ingestoken en zij hebben ook nog eens het totale gedeelte van het ouderencentrum wat de huur betreft overgenomen. Dit was voor de gemeente een uitkomst. Het ging om een niet makkelijk te verhuren pand, met een hoge huurprijs en met weinig parkeervoorzieningen in de nabijheid. Helaas voor het Kennemer Theater sloeg daarna de economische crisis in alle hevigheid toe waardoor zij nu alle zeilen bij moeten zetten om uit de problemen te blijven. De kaartverkoop is flink teruggelopen en ondanks de vele pr acties lukt het niet om dit recht te breien.
De bibliotheek heeft ook 15% bezuinigd en daardoor was men genoodzaakt de bibliotheek in Wijk aan Zee te sluiten. Wat overbleef is een jeugdservicepunt met weliswaar net zoveel openingsuren (of net zo weinig, het is maar net hoe je het bekijkt), maar de echte bieb is weg. Het heeft goodwill gekost in Wijk aan Zee en als portefeuillehouder die ook dat alles voor haar rekening moest nemen, heeft dat mij ook niet populair gemaakt. Niets aan te doen, het gaat niet om de poppetjes. Ik weet alleen dat de instellingen er samen met mij en de ambtenaren keihard hebben geïnvesteerd om de pijn zo dragelijk mogelijk te maken. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost. Bezuinigen is topsport!
Duidelijk is geworden dat bezuinigen pijn doet bij instellingen en bij grote groepen van de bevolking. Daarom vind ik ook dat politici niet te makkelijk moeten roepen dat ze wel even flink gaan bezuinigen op cultuur of welzijn. Alles om de kiezer op de korte termijn tevreden te houden. De heilige belastingen hoeven dan niet omhoog. Maar o wee degene die na de geslaagde verkiezingen dit alles voor zijn rekening mag gaan nemen. Ik wil de nieuwe portefeuillehouder wel eens zien opstaan, die even 300.000 euro gaat bezuinigen op het Kennemer Theater, tegelijkertijd de muziekschool (Centrum voor de Kunsten) de nek omdraait en ‘en passant’ nog even een extra bezuiniging op de bibliotheek oplegt. Dan kan deze zelfde nieuwe portefeuillehouder Wijk aan Zee nog “blijer”maken door ook het jeugdservicepunt op het heffen. En De Moriaan komt dan ook op losse schroeven te staan. Daar gaat ook veel gemeenschapsgeld heen. Verder is het leescafé aan het Kerkplein dan verleden tijd, muziek wordt verbannen naar Heemskerk. Misschien hebben ze daar nog iets met cultuur?
Blijf vooral roepen dat de belastingen niet omhoog hoeven! Doe gerust of er nog veel te halen is bij de instellingen en de sportaccommodaties. Misschien kunnen we ook wel bezuinigen op huisvesting van de scholen. Het ouderenwerk kan misschien ook wel inleveren, of er gaat nog een van de centra dicht. Goedkoop scoren, betekent dat de burger later de rekening gepresenteerd krijgt. Maar wie dan leeft, wie dan zorgt!
zaterdag 30 januari 2010
donderdag 28 januari 2010
Mijn broeders hoeder
In Dagblad Kennemerland van woensdag 27 januari staat een stuk over het CDA dat 50.000 euro wil uittrekken voor het introduceren van een ‘Stadsetiquette’. De bedoeling is samen met de bevolking een aantal regels op te stellen waar iedereen zich aan moet houden. Wethouder Frowijn : ”Normen en waarden, daar zijn wij als CDA de hoeder van. De Stadsetiquette vormt een centraal punt in ons verkiezingsprogramma.”
Toen ik het las, dacht ik twee dingen.
1. We kennen toch allemaal al de regels van fatsoen en goed met elkaar omgaan? Dat ze niet nageleefd worden door iedereen wil toch niet zeggen dat ze niet universeel bekend zijn?
2. Waarom doet het CDA of zij de hoeder zijn van normen en waarden? Zijn we dat niet als samenleving met elkaar?
Het thema is springlevend. Steeds opnieuw hoor je berichten over mensen die agenten of hulpverleners bedreigen. De rellen bij Hoek van Holland, de jongens die ziekenhuismedewerkers intimideren (nadat ze zelf een voetganger hebben overreden die later overlijdt), de jongens in Gouda die buschauffeurs bedreigen, leerlingen die leraren met messen bedreigen en noem maar op.
Maar ook de kleinere zaken, zoals het vernielen van andermans spullen (bushaltehokjes, autospiegels), het in het gezicht spugen van agenten, 70 km rijden in een woonstraat, dieren pesten, schelden op straat naar vreemden. Dit zijn toch zaken die we met zijn allen niet willen en toch zijn er mensen die het doen. Wat wil het CDA daar aan veranderen? Krijgt iedereen een huisbezoekje om te controleren of de regels wel bekend zijn en nageleefd worden, zoals vroeger de pastoor langskwam om te vragen of er al een kindje onderweg was?
Een ding moet ik ze nageven. Wil je iets verbeteren, dan ben je daar zeker wel vier jaar mee bezig. Dus dat ze het de hele raadsperiode onder de aandacht willen houden is begrijpelijk. Maar het opstellen van regels lijkt niet nodig. Vraag het maar aan de mensen in de wijkgroepen. Die weten heel goed wat er in de wijk misgaat op dit gebied. Zij constateren dat mensen niet goed aanspreekbaar zijn op hun gedrag. Wie durft die grote vent in de straat met die enge ‘vechthond’ aan te spreken als hij de poep van zijn hond niet opruimt? Of die vier jongeren die een prullenbak in elkaar staan te trappen? Of die man van zes huizen verderop die altijd keihard door de straat scheurt en daarna zijn auto midden op de stoep parkeert? Wie durft?
In andere gemeentes is het opstellen van gedragsregels niet bijzonder succesvol gebleken. In Gouda waren deze regels al lang opgesteld voordat het zo uit de klauwen liep met de Marokkaanse jeugd. Waarom gaat het dan toch in deze gemeente mis? En in andere steden zoals Haarlem is het ook niet gelukt. Wat maakt Beverwijk zo anders dat het CDA denkt dat het hier wel gaat lukken?
Ik raad ze aan om een deel van die 50.000 euro te investeren in een theaterproject voor de jeugd om ze op een leuke manier normen en waarden bij te brengen. Maar volgens nieuwsblad De Kennemer wil het CDA juist 200.000 tot 300.000 euro bezuinigen op het theater. Dus hebben we dan nog wel een theater om dit positieve plan uit te voeren? En waarom wil het CDA eigenlijk die extreme bezuiniging? Heeft het Kennemer Theater de nu nog ongeschreven gedragsregels soms overtreden? Het CDA mag dan de zelfbenoemde hoeder van de normen en waarden zijn, het is zeker niet de hoeder van cultuur in Beverwijk. De uitdrukking “Ben ik mijn broeders hoeder” heeft voor mij in ieder geval een andere betekenis gekregen.
Toen ik het las, dacht ik twee dingen.
1. We kennen toch allemaal al de regels van fatsoen en goed met elkaar omgaan? Dat ze niet nageleefd worden door iedereen wil toch niet zeggen dat ze niet universeel bekend zijn?
2. Waarom doet het CDA of zij de hoeder zijn van normen en waarden? Zijn we dat niet als samenleving met elkaar?
Het thema is springlevend. Steeds opnieuw hoor je berichten over mensen die agenten of hulpverleners bedreigen. De rellen bij Hoek van Holland, de jongens die ziekenhuismedewerkers intimideren (nadat ze zelf een voetganger hebben overreden die later overlijdt), de jongens in Gouda die buschauffeurs bedreigen, leerlingen die leraren met messen bedreigen en noem maar op.
Maar ook de kleinere zaken, zoals het vernielen van andermans spullen (bushaltehokjes, autospiegels), het in het gezicht spugen van agenten, 70 km rijden in een woonstraat, dieren pesten, schelden op straat naar vreemden. Dit zijn toch zaken die we met zijn allen niet willen en toch zijn er mensen die het doen. Wat wil het CDA daar aan veranderen? Krijgt iedereen een huisbezoekje om te controleren of de regels wel bekend zijn en nageleefd worden, zoals vroeger de pastoor langskwam om te vragen of er al een kindje onderweg was?
Een ding moet ik ze nageven. Wil je iets verbeteren, dan ben je daar zeker wel vier jaar mee bezig. Dus dat ze het de hele raadsperiode onder de aandacht willen houden is begrijpelijk. Maar het opstellen van regels lijkt niet nodig. Vraag het maar aan de mensen in de wijkgroepen. Die weten heel goed wat er in de wijk misgaat op dit gebied. Zij constateren dat mensen niet goed aanspreekbaar zijn op hun gedrag. Wie durft die grote vent in de straat met die enge ‘vechthond’ aan te spreken als hij de poep van zijn hond niet opruimt? Of die vier jongeren die een prullenbak in elkaar staan te trappen? Of die man van zes huizen verderop die altijd keihard door de straat scheurt en daarna zijn auto midden op de stoep parkeert? Wie durft?
In andere gemeentes is het opstellen van gedragsregels niet bijzonder succesvol gebleken. In Gouda waren deze regels al lang opgesteld voordat het zo uit de klauwen liep met de Marokkaanse jeugd. Waarom gaat het dan toch in deze gemeente mis? En in andere steden zoals Haarlem is het ook niet gelukt. Wat maakt Beverwijk zo anders dat het CDA denkt dat het hier wel gaat lukken?
Ik raad ze aan om een deel van die 50.000 euro te investeren in een theaterproject voor de jeugd om ze op een leuke manier normen en waarden bij te brengen. Maar volgens nieuwsblad De Kennemer wil het CDA juist 200.000 tot 300.000 euro bezuinigen op het theater. Dus hebben we dan nog wel een theater om dit positieve plan uit te voeren? En waarom wil het CDA eigenlijk die extreme bezuiniging? Heeft het Kennemer Theater de nu nog ongeschreven gedragsregels soms overtreden? Het CDA mag dan de zelfbenoemde hoeder van de normen en waarden zijn, het is zeker niet de hoeder van cultuur in Beverwijk. De uitdrukking “Ben ik mijn broeders hoeder” heeft voor mij in ieder geval een andere betekenis gekregen.
woensdag 27 januari 2010
Minder blaten, meer wol
Tegeltjeswijsheden zijn van alle tijden en veel mensen hebben wel een tegeltje in huis met daarop bijvoorbeeld de tekst ”van het concert des levens krijgt niemand een program”. Als ik het zie hangen, krijg ik de kriebels. Het is een waarheid als een koe, daar ligt het niet aan. Maar er spreekt zoveel treurigs uit, want het doelt juist op de dingen die ons helaas overkomen zoals; ongelukken, handicaps, verlies, sterfgevallen etc. Maar gelukkig zijn de tegeltjesmakers met hun tijd meegegaan en kun je nu via een webshop eigen tegels ontwerpen met moderne teksten. Een hele leuke vond ik die van “minder blaten, meer wol” met natuurlijk in het midden een schaap. En hoe toepasselijk voor de plaatselijke politici waar ik zelf ook toe behoor.
Want hoe lees ik deze sympathieke tegeltjeswijsheid? Ik kan het illustreren met een paar voorbeelden. Toen Groen Links bij de begrotingsbehandeling in november de raad confronteerde met een door hen opgestelde motie met als doel dat de gemeente Beverwijk een millenniumgemeente zou worden had het gelezen kunnen worden als “minder klagen (blaten) dat mensen jouw geweldige plan niet meteen overnemen, maar voortaan voorbereidend werk verrichten, zodat je ook kans op succes hebt”(wol). Toen Frans Koster van de VVD afgelopen week sprak over het volgens hem in de stationsvijver gooien van miljoenen (euro’s denk ik, maar Frans heeft het ook nog wel eens over guldens) dacht ik ook “minder overdrijven (blaten,) daar heb je meer baat bij als je doel is na de verkiezingen coalitievriendjes binnen de PvdA en CDA te zoeken(wol)”. Die laatste is natuurlijk wel gewaagd om hier op papier te zetten, maar ik weet niet of Frans mijn blog wel goed volgt. Als dat zo is, zal hij geheid een voorbeeld geven waarmee de PvdA minder had kunnen “blaten” zodat er meer “wol” was geproduceerd. Dat is juist het leuke van deze spreuk,op wie is hij niet van toepassing in de politiek?
Maar nu we het toch over tegeltjeswijsheden hebben, er zijn er wel een paar die ik de moeite waard vind omdat ze een positieve insteek hebben.
1. Wie goed doet, goed ontmoet,
2. Beter een goeie buur dan een verre vriend
De eerste zou voor alle raadsleden die in de nieuwe periode aantreden op een tegel gezet moeten worden, zodat ze daar bij elke vergadering, waar de omgangsvormen voor een groot deel de sfeer bepalen, goed aan denken. En natuurlijk zou er ook zo’n tegel in de raadszaal moeten hangen. Lekker groot, zodat je hem van alle plekken kunt zien. Misschien wel pontificaal naast het portret van Beatrix? Voorwaarde voor het goed kunnen toepassen van deze spreuk is natuurlijk wel dat je er ook echt in gelooft, want er zijn genoeg mensen die denken dat er een wereld te winnen is door om je heen te slaan, te escaleren en anderen van alles en nog wat te beschuldigen. En soms komen ze er nooit achter dat het niet zo is! Maar we gaan uit van de goedwillende meerderheid, dus iedereen hangt deze tegel boven zijn bed en daarna leeft de raad van Beverwijk in goede harmonie samen, in het belang van de burgers, voor altijd en altijd.
De tweede is bedoeld voor de nieuwe colleges van Heemskerk en Beverwijk. In deze raadsperiode is er niet veel van terecht gekomen, maar dat wil niet zeggen dat het niet kan. Samen met Odd Wagner heb ik deze raadsperiode er al een beginnetje mee gemaakt als het gaat om welzijnswerk in de Broekpolder. Niet een al te heikel onderwerp zou je denken, maar dat leek eerst wel anders. Je moet het ook in het licht van andere onderwerpen zien, zoals het niet mee willen betalen van Heemskerk aan de sporthal Waterwijk, het niet willen meebetalen van Beverwijk aan de parkeergarage Citadel en noem maar op. Dus voor de nieuwe colleges van de beide gemeentes moeten deze tegels echt besteld worden. Maar wie gaat dat betalen? Een verstandige raad trekt daar wat geld voor uit en gaat naar www.spreuktegel.nl om een bestelling te plaatsen. En om Frans Koster gerust te stellen: dat is niet hetzelfde als geld in de stationsvijver gooien. Het is geen verspilling van gemeenschapsgeld, dus de ozb hoeft er niet voor omhoog en het is een goede investering in het volgende college van B&W, waar Frans misschien zelf wel weer in zit. Van het concert des levens, krijgt tenslotte niemand het program, toch?
Want hoe lees ik deze sympathieke tegeltjeswijsheid? Ik kan het illustreren met een paar voorbeelden. Toen Groen Links bij de begrotingsbehandeling in november de raad confronteerde met een door hen opgestelde motie met als doel dat de gemeente Beverwijk een millenniumgemeente zou worden had het gelezen kunnen worden als “minder klagen (blaten) dat mensen jouw geweldige plan niet meteen overnemen, maar voortaan voorbereidend werk verrichten, zodat je ook kans op succes hebt”(wol). Toen Frans Koster van de VVD afgelopen week sprak over het volgens hem in de stationsvijver gooien van miljoenen (euro’s denk ik, maar Frans heeft het ook nog wel eens over guldens) dacht ik ook “minder overdrijven (blaten,) daar heb je meer baat bij als je doel is na de verkiezingen coalitievriendjes binnen de PvdA en CDA te zoeken(wol)”. Die laatste is natuurlijk wel gewaagd om hier op papier te zetten, maar ik weet niet of Frans mijn blog wel goed volgt. Als dat zo is, zal hij geheid een voorbeeld geven waarmee de PvdA minder had kunnen “blaten” zodat er meer “wol” was geproduceerd. Dat is juist het leuke van deze spreuk,op wie is hij niet van toepassing in de politiek?
Maar nu we het toch over tegeltjeswijsheden hebben, er zijn er wel een paar die ik de moeite waard vind omdat ze een positieve insteek hebben.
1. Wie goed doet, goed ontmoet,
2. Beter een goeie buur dan een verre vriend
De eerste zou voor alle raadsleden die in de nieuwe periode aantreden op een tegel gezet moeten worden, zodat ze daar bij elke vergadering, waar de omgangsvormen voor een groot deel de sfeer bepalen, goed aan denken. En natuurlijk zou er ook zo’n tegel in de raadszaal moeten hangen. Lekker groot, zodat je hem van alle plekken kunt zien. Misschien wel pontificaal naast het portret van Beatrix? Voorwaarde voor het goed kunnen toepassen van deze spreuk is natuurlijk wel dat je er ook echt in gelooft, want er zijn genoeg mensen die denken dat er een wereld te winnen is door om je heen te slaan, te escaleren en anderen van alles en nog wat te beschuldigen. En soms komen ze er nooit achter dat het niet zo is! Maar we gaan uit van de goedwillende meerderheid, dus iedereen hangt deze tegel boven zijn bed en daarna leeft de raad van Beverwijk in goede harmonie samen, in het belang van de burgers, voor altijd en altijd.
De tweede is bedoeld voor de nieuwe colleges van Heemskerk en Beverwijk. In deze raadsperiode is er niet veel van terecht gekomen, maar dat wil niet zeggen dat het niet kan. Samen met Odd Wagner heb ik deze raadsperiode er al een beginnetje mee gemaakt als het gaat om welzijnswerk in de Broekpolder. Niet een al te heikel onderwerp zou je denken, maar dat leek eerst wel anders. Je moet het ook in het licht van andere onderwerpen zien, zoals het niet mee willen betalen van Heemskerk aan de sporthal Waterwijk, het niet willen meebetalen van Beverwijk aan de parkeergarage Citadel en noem maar op. Dus voor de nieuwe colleges van de beide gemeentes moeten deze tegels echt besteld worden. Maar wie gaat dat betalen? Een verstandige raad trekt daar wat geld voor uit en gaat naar www.spreuktegel.nl om een bestelling te plaatsen. En om Frans Koster gerust te stellen: dat is niet hetzelfde als geld in de stationsvijver gooien. Het is geen verspilling van gemeenschapsgeld, dus de ozb hoeft er niet voor omhoog en het is een goede investering in het volgende college van B&W, waar Frans misschien zelf wel weer in zit. Van het concert des levens, krijgt tenslotte niemand het program, toch?
maandag 25 januari 2010
Verkiezingskoorts
Het kon natuurlijk niet uitblijven; ook in Beverwijk is de verkiezingskoorts uitgebroken zo snel al na het verdwijnen van de Mexicaanse griep. Op diverse plekken staan borden met verkiezingsleuzen. De meeste zijn vanuit de auto niet goed te lezen.
De eerste poster is die van de PvdA met daarop “Iedereen telt!” Het is een leuke kleurrijke poster, alleen de slogan lijkt wel dezelfde als 12 jaar geleden. Iedereen telt nog steeds mee, dat is waar. Maar niet iedere kiezer voelt dat zo en dat gevoel is ook al van 12 jaar geleden. Maar de slogan is positief en er is weinig mis met een positieve slogan. En het is ook nog eens een keer letterlijk “Iedereen telt” want er zijn heel wat mensen nodig om met de hand de stemmen na 21 uur ’s avonds te tellen.
Daarnaast hangen kleine posters van het CDA. Er staat een foto op van Vincent Kellenaar, maar dat kun je uit de verte niet goed zien. Ik denk dat ze ook best grotere posters zullen hebben, maar die kleintjes “smoelen” in ieder geval niet zo goed en dat heeft niets het gezicht van de lijsttrekker te maken.
Dan hangt er nog een poster van de grote kerk van Beverwijk met een kleine foto van kandidaten ernaast. Die zal wel van Gemeentebelangen zijn. “Uw belang is ons belang” wordt blijkbaar uitgelegd als “uw kerk is onze kerk”. Maar de Grote Kerk is gewoon van iedereen, toch? De mensen vallen in ieder geval in het niet bij de kerk en ik kon niet zien wie er op stonden. Straks maar even de site checken.
Dan daarnaast nog groen/rode postertjes. Welke partij zou dat dan zijn? Groen Links, denk ik. Het is in ieder geval een bescheiden partij of een partij die klein wil blijven. Opvallen doen ze in ieder geval niet. En ik vind het ook een beetje een veeg teken dat je niet weet of je groen of rood bent. Dan is het CDA toch duidelijker!
Democraten Beverwijk zag ik niet terug, maar die zitten ook niet meer in de raad dus echt opvallend is dat ook weer niet.
Hoe anders kan het als je de witte poster, van wat later de VVD blijkt, bekijkt. Ik zag de tekst: “Hoe minder belasting, hoe minder de gemeente kan verspillen.” En ik dacht bij mezelf dat het wel een verkiezingsposter van de PVV zou zijn. Zo populistisch, zo negatief. Niet echt van een gerenommeerde bestuurderspartij als de VVD, toch! Ik denk niet dat als Frans Koster weer in het college zou zitten, hij al het geld wat hij samen met de andere collegeleden gaat uitgeven als geldverspilling ziet. Daar doe je het toch niet voor, dan kan je net zo goed thuis blijven! Kruip dan liever met je verkiezingskoorts in bed, maak een lekker grog voor jezelf, haal wat slaap in en ga dan met nieuwe moed nieuwe leuzen verzinnen en beplak de borden opnieuw. Ik heb ook nog wel wat collegiale adviezen (kosteloos, dus geen geldverspilling en geen belastingverhoging):) :) :)
Stem Frans, dan weet je tenminste wie de baas is!
Stem Puck, voor de minima-inkomens binnen de VVD!
Stem Robert, dan heeft de gemeente volgend jaar ook strooizout!
Stem Birol, voor een goed geïntegreerde VVD!
Stem Paul, voor de jonge, rechtse stem in de raad (als het mag van Frans)!
Er is geen beter medicijn tegen verkiezingskoorts dan een leuke campagne, waarin alle kandidaten voor de nieuwe raad zoeken naar manieren om samen op een constructieve manier Beverwijk te besturen, zodat het voor iedereen een fijne stad is om in te wonen, werken en recreëren.
Utopie of werkelijkheid? De kiezer bepaalt op 3 maart!
De eerste poster is die van de PvdA met daarop “Iedereen telt!” Het is een leuke kleurrijke poster, alleen de slogan lijkt wel dezelfde als 12 jaar geleden. Iedereen telt nog steeds mee, dat is waar. Maar niet iedere kiezer voelt dat zo en dat gevoel is ook al van 12 jaar geleden. Maar de slogan is positief en er is weinig mis met een positieve slogan. En het is ook nog eens een keer letterlijk “Iedereen telt” want er zijn heel wat mensen nodig om met de hand de stemmen na 21 uur ’s avonds te tellen.
Daarnaast hangen kleine posters van het CDA. Er staat een foto op van Vincent Kellenaar, maar dat kun je uit de verte niet goed zien. Ik denk dat ze ook best grotere posters zullen hebben, maar die kleintjes “smoelen” in ieder geval niet zo goed en dat heeft niets het gezicht van de lijsttrekker te maken.
Dan hangt er nog een poster van de grote kerk van Beverwijk met een kleine foto van kandidaten ernaast. Die zal wel van Gemeentebelangen zijn. “Uw belang is ons belang” wordt blijkbaar uitgelegd als “uw kerk is onze kerk”. Maar de Grote Kerk is gewoon van iedereen, toch? De mensen vallen in ieder geval in het niet bij de kerk en ik kon niet zien wie er op stonden. Straks maar even de site checken.
Dan daarnaast nog groen/rode postertjes. Welke partij zou dat dan zijn? Groen Links, denk ik. Het is in ieder geval een bescheiden partij of een partij die klein wil blijven. Opvallen doen ze in ieder geval niet. En ik vind het ook een beetje een veeg teken dat je niet weet of je groen of rood bent. Dan is het CDA toch duidelijker!
Democraten Beverwijk zag ik niet terug, maar die zitten ook niet meer in de raad dus echt opvallend is dat ook weer niet.
Hoe anders kan het als je de witte poster, van wat later de VVD blijkt, bekijkt. Ik zag de tekst: “Hoe minder belasting, hoe minder de gemeente kan verspillen.” En ik dacht bij mezelf dat het wel een verkiezingsposter van de PVV zou zijn. Zo populistisch, zo negatief. Niet echt van een gerenommeerde bestuurderspartij als de VVD, toch! Ik denk niet dat als Frans Koster weer in het college zou zitten, hij al het geld wat hij samen met de andere collegeleden gaat uitgeven als geldverspilling ziet. Daar doe je het toch niet voor, dan kan je net zo goed thuis blijven! Kruip dan liever met je verkiezingskoorts in bed, maak een lekker grog voor jezelf, haal wat slaap in en ga dan met nieuwe moed nieuwe leuzen verzinnen en beplak de borden opnieuw. Ik heb ook nog wel wat collegiale adviezen (kosteloos, dus geen geldverspilling en geen belastingverhoging):) :) :)
Stem Frans, dan weet je tenminste wie de baas is!
Stem Puck, voor de minima-inkomens binnen de VVD!
Stem Robert, dan heeft de gemeente volgend jaar ook strooizout!
Stem Birol, voor een goed geïntegreerde VVD!
Stem Paul, voor de jonge, rechtse stem in de raad (als het mag van Frans)!
Er is geen beter medicijn tegen verkiezingskoorts dan een leuke campagne, waarin alle kandidaten voor de nieuwe raad zoeken naar manieren om samen op een constructieve manier Beverwijk te besturen, zodat het voor iedereen een fijne stad is om in te wonen, werken en recreëren.
Utopie of werkelijkheid? De kiezer bepaalt op 3 maart!
zondag 24 januari 2010
Een politiek nest, deel 3 (slot)
In 1997 kreeg ik “out of the blue” een telefoontje van iemand van het bestuur van de PvdA om te vragen of ik eventueel interesse had om op de lijst te komen te staan voor de gemeenteraads-verkiezingen van 1998. Het bleek dat ze wisten van mijn actieverleden en dat ze dachten dat ik misschien wel een goede aanvulling kon zijn op het huidige team. Oh ja, en het was ook nog omdat ze vrijwel geen vrouwen konden vinden. Mijn eerste reactie was negatief. Ik was tenslotte als kind al op de hoogte wat gemeenteraadswerk inhield (lang vergaderen, veel gekissebis en stress), had mijn frustraties opgelopen als actieouder van ‘t Kraaienest in 1995/1996 en ik had niet zo’n zin om als “excuustruus” in de raad te gaan zitten.
Maar, toen dacht ik weer aan de periode waarin ik op de barricades stond als actieouder van ’t Kraaienest. We konden toen niets veranderen, want we stonden langs de kant. We werden wel gehoord, maar niet verstaan. En op dat moment, ging bij mij zo’n Willie Wortel lampje branden.”Als je iets wilt veranderen, moet je mee gaan doen.” Vanaf dat moment ging ik ervoor. Ik zou er wel voor zorgen dat ik geen “excuustruus”zou worden, maar ik zou mijn plek echt verdienen door hard te werken en me in te zetten voor Beverwijk. En ik werd als vierde op de lijst ook daadwerkelijk gekozen. Dat is nu bijna twaalf jaar geleden en ik sta ook voor de komende verkiezingen weer op de lijst. Nu op plek 3, een mooie plaats. Of zoals ik tegen Cees Bodewes zei, die 2e op de lijst staat: “Brons is beter dan zilver”. Dat hoor je tenminste altijd sporters zeggen en politiek is topsport!
In al die jaren dat ik in de raad heb gezeten (en later zelfs wethouder werd) groeiden mijn kinderen op van schoolkinderen, naar pubers, naar jongvolwassenen. En net als ik vroeger, vonden zij het ook niet altijd leuk om een moeder te hebben die in de gemeenteraad zat. De gesprekken aan tafel (hè bah, weer andijvie) gingen er vaak over, er waren wel eens flinke spanningen en ik was vaak niet thuis ’s avonds. Want net als mijn moeder wilde ik altijd bij de fractie of commissie zijn, omdat ik altijd wel iets had waar ik over mee wilde praten. En net als mijn moeder, wilde ik er ook veel tijd in steken om stukken goed te doorgronden. De appel valt niet ver van de boom, oftewel “de vogel valt niet ver uit het politieke nest”.
En nu is dan de tijd gekomen dat de jongste vogel uit het politieke nest zijn vleugels uitslaat. Mijn zoon Marco van 23 hoopt ook in de gemeenteraad gekozen te worden. Hij staat nog niet zo hoog op de lijst (ook PvdA) , maar het begin is er. Ik denk dat hij een goede aanvulling kan zijn op de huidige fractie. Hij is jong, weet wat er leeft onder jongeren en doet ook nog eens een keer werk, waardoor hij midden in de problemen van deze tijd staat. Hij is namelijk junior werkcoach bij het UWV Alkmaar, waar hij probeert jongeren te motiveren bij het zoeken naar werk of het zoeken naar een geschikte opleiding zodat ze in ieder geval een startkwalificatie houden.
En wat is nu het verrassende slot dat ik beloofd had van deze korte serie "politiek nest"? Dat is het feit dat (volgens mij voor het eerst in de geschiedenis van Beverwijk) drie generaties op de lijst van de PvdA staan, waardoor er voor elke leeftijdsgroep wel iets te kiezen valt uit de kandidaten van dit politieke nest.
Jaqueline Dorenbos- de Hen (49 jaar) op plaats 3
Marco Dorenbos (23 jaar) op plaats 10
Jeanne de Hen-Brand (73 jaar) op plaats 20
Maar, toen dacht ik weer aan de periode waarin ik op de barricades stond als actieouder van ’t Kraaienest. We konden toen niets veranderen, want we stonden langs de kant. We werden wel gehoord, maar niet verstaan. En op dat moment, ging bij mij zo’n Willie Wortel lampje branden.”Als je iets wilt veranderen, moet je mee gaan doen.” Vanaf dat moment ging ik ervoor. Ik zou er wel voor zorgen dat ik geen “excuustruus”zou worden, maar ik zou mijn plek echt verdienen door hard te werken en me in te zetten voor Beverwijk. En ik werd als vierde op de lijst ook daadwerkelijk gekozen. Dat is nu bijna twaalf jaar geleden en ik sta ook voor de komende verkiezingen weer op de lijst. Nu op plek 3, een mooie plaats. Of zoals ik tegen Cees Bodewes zei, die 2e op de lijst staat: “Brons is beter dan zilver”. Dat hoor je tenminste altijd sporters zeggen en politiek is topsport!
In al die jaren dat ik in de raad heb gezeten (en later zelfs wethouder werd) groeiden mijn kinderen op van schoolkinderen, naar pubers, naar jongvolwassenen. En net als ik vroeger, vonden zij het ook niet altijd leuk om een moeder te hebben die in de gemeenteraad zat. De gesprekken aan tafel (hè bah, weer andijvie) gingen er vaak over, er waren wel eens flinke spanningen en ik was vaak niet thuis ’s avonds. Want net als mijn moeder wilde ik altijd bij de fractie of commissie zijn, omdat ik altijd wel iets had waar ik over mee wilde praten. En net als mijn moeder, wilde ik er ook veel tijd in steken om stukken goed te doorgronden. De appel valt niet ver van de boom, oftewel “de vogel valt niet ver uit het politieke nest”.
En nu is dan de tijd gekomen dat de jongste vogel uit het politieke nest zijn vleugels uitslaat. Mijn zoon Marco van 23 hoopt ook in de gemeenteraad gekozen te worden. Hij staat nog niet zo hoog op de lijst (ook PvdA) , maar het begin is er. Ik denk dat hij een goede aanvulling kan zijn op de huidige fractie. Hij is jong, weet wat er leeft onder jongeren en doet ook nog eens een keer werk, waardoor hij midden in de problemen van deze tijd staat. Hij is namelijk junior werkcoach bij het UWV Alkmaar, waar hij probeert jongeren te motiveren bij het zoeken naar werk of het zoeken naar een geschikte opleiding zodat ze in ieder geval een startkwalificatie houden.
En wat is nu het verrassende slot dat ik beloofd had van deze korte serie "politiek nest"? Dat is het feit dat (volgens mij voor het eerst in de geschiedenis van Beverwijk) drie generaties op de lijst van de PvdA staan, waardoor er voor elke leeftijdsgroep wel iets te kiezen valt uit de kandidaten van dit politieke nest.
Jaqueline Dorenbos- de Hen (49 jaar) op plaats 3
Marco Dorenbos (23 jaar) op plaats 10
Jeanne de Hen-Brand (73 jaar) op plaats 20
zaterdag 23 januari 2010
Een politiek nest, deel 2
Een politiek nest, deel 2
Aangezien mijn moeder in de politiek actief was, ging ik in de tijd dat de verkiezingen naderden als kind ook mee naar de kraampjes waar de partijen zich presenteerden. In die tijd leefde de strijd om de gunst van de kiezer sterker dan nu. Er waren volop stickers te krijgen, informatieblaadjes en ballonnen, maar aangezien ik uit een rood nest kwam, wist ik al heel snel welke stickers ik wel of niet wilde en welke ballonnen wel of niet mijn kleur waren.
Zo hadden mijn zus en ik op ons poppenhuis stickers van Joop den Uyl (het waren voor het poppenhuis posters) en ook heb ik eens een sticker op de kop getikt waarop stond “Stem jong, anders blijven ze altijd de baas”. Dat sprak mij als kind, dat op die leeftijd kritisch tegenover volwassenen stond, erg aan. Die sticker heeft nog jaren op mijn bed gehangen en het zal dan ook niet verbazen dat toen ik eindelijk mocht stemmen ik de hele dag een soort feestgevoel had. Maar waar gingen die verkiezingen eigenlijk om? Het waren de eerste Europese verkiezingen van 1979. Ik wist totaal niet wat de verschillende standpunten waren, maar ik wist wel wat ik wilde stemmen. Natuurlijk, sociaaldemocratisch. Maar wie er nu op de lijst stonden, weet ik echt niet meer. Daar ging het ook niet om. Ik mocht stemmen en voelde me heel belangrijk. Eindelijk zouden “ze” niet langer de baas zijn.
Maar voor wat de politiek betreft, bleef het voorlopig alleen bij het stemmen eens in de zoveel tijd. Verder bleven “ze” gewoon wel de baas. Ik volgde het niet echt, alleen af en toe via kranten of tv en dan was ik het meestal eens met de partij van mijn ouders. Pas toen de PvdA ergens in de jaren tachtig een gevoelig ledenverlies leed (na ingrijpende WAO plannen) heb ik besloten lid te worden. Ik vond het zielig en vond dat de PvdA de kritiek niet verdiend had. Maar verder deed ik niets. Ik betaalde mijn contributie, ik stemde en daar bleef het bij. Tot de jaren negentig. Toen maakte ik een metamorfose mee van brave, stemmende burger tot lastige actievoerder. Oftewel, ik liep tegen “ze” aan, die nog steeds de baas waren
In 1995 waren er plannen in Beverwijk om openbare basisscholen samen te voegen. De Ronde Bogaard, de Zeewijkschool en de Beverburcht moesten fuseren en de ouders kregen op het schoolplein een briefje uitgereikt met de plannen van de gemeente met als conclusie dat de scholen samen zouden gaan op de locatie Zeewijkschool aan de Laan van Blois. Ik was 1 van die ouders en had zoiets van “Oh ja, waarom zijn wij daar niet bij betrokken? Hebben wij daar misschien ook nog iets over te zeggen?” Er waren meer ouders die er zo over dachten en binnen de kortste keren hadden we een actiecomité dat zich er tegenaan ging bemoeien. Op de barricades voor het belang van onze kinderen.
Vele heftige discussies met de toenmalige raadsleden en wethouder Jan Baas volgden. We hadden veel bezwaren, waren bang voor veel te weinig buitenspeelruimte en voor de vele noodlokalen die geplaatst zouden moeten worden. Om maar niet te spreken van de gevaarlijke Wijk aan Duinerweg die overgestoken zou moeten worden. Maar we kregen niet het idee dat we serieus werden genomen. Wij voerden actie, spraken in bij commissievergaderingen, kwamen op de radio in Spijkers met Koppen, lieten de raadleden onze “droom” zien, de locatie aan de Plantage van de oude mavo waar een prachtige nieuwe school zou kunnen verrijzen met ook kinderopvang en peuterspeelzaal erin. Maar we waren onze tijd ver vooruit. Er was nog geen raadslid die een multifunctionele accommodatie zag zitten. We moesten en zouden naar de Laan van Blois, er kwamen noodlokalen (later permanente aanbouw), het schoolplein werd kleiner en uiteindelijk kwam er een rotonde om de Wijk aan Duinerweg over te steken (al werd het daardoor niet superveilig). Onze droom spatte uiteen.
Maar wat bleef hangen was de onmacht dat je met goede plannen de wethouder en de raad niet kon overtuigen. “Ze” waren nog steeds de baas. En uiteindelijk zou dat gevoel ervoor zorgen dat ik enkele jaren later alsnog de raad ben ingegaan.
Volgende aflevering: laatste deel van de serie “politiek nest”, met een verrassend eind. Mis het niet!
Aangezien mijn moeder in de politiek actief was, ging ik in de tijd dat de verkiezingen naderden als kind ook mee naar de kraampjes waar de partijen zich presenteerden. In die tijd leefde de strijd om de gunst van de kiezer sterker dan nu. Er waren volop stickers te krijgen, informatieblaadjes en ballonnen, maar aangezien ik uit een rood nest kwam, wist ik al heel snel welke stickers ik wel of niet wilde en welke ballonnen wel of niet mijn kleur waren.
Zo hadden mijn zus en ik op ons poppenhuis stickers van Joop den Uyl (het waren voor het poppenhuis posters) en ook heb ik eens een sticker op de kop getikt waarop stond “Stem jong, anders blijven ze altijd de baas”. Dat sprak mij als kind, dat op die leeftijd kritisch tegenover volwassenen stond, erg aan. Die sticker heeft nog jaren op mijn bed gehangen en het zal dan ook niet verbazen dat toen ik eindelijk mocht stemmen ik de hele dag een soort feestgevoel had. Maar waar gingen die verkiezingen eigenlijk om? Het waren de eerste Europese verkiezingen van 1979. Ik wist totaal niet wat de verschillende standpunten waren, maar ik wist wel wat ik wilde stemmen. Natuurlijk, sociaaldemocratisch. Maar wie er nu op de lijst stonden, weet ik echt niet meer. Daar ging het ook niet om. Ik mocht stemmen en voelde me heel belangrijk. Eindelijk zouden “ze” niet langer de baas zijn.
Maar voor wat de politiek betreft, bleef het voorlopig alleen bij het stemmen eens in de zoveel tijd. Verder bleven “ze” gewoon wel de baas. Ik volgde het niet echt, alleen af en toe via kranten of tv en dan was ik het meestal eens met de partij van mijn ouders. Pas toen de PvdA ergens in de jaren tachtig een gevoelig ledenverlies leed (na ingrijpende WAO plannen) heb ik besloten lid te worden. Ik vond het zielig en vond dat de PvdA de kritiek niet verdiend had. Maar verder deed ik niets. Ik betaalde mijn contributie, ik stemde en daar bleef het bij. Tot de jaren negentig. Toen maakte ik een metamorfose mee van brave, stemmende burger tot lastige actievoerder. Oftewel, ik liep tegen “ze” aan, die nog steeds de baas waren
In 1995 waren er plannen in Beverwijk om openbare basisscholen samen te voegen. De Ronde Bogaard, de Zeewijkschool en de Beverburcht moesten fuseren en de ouders kregen op het schoolplein een briefje uitgereikt met de plannen van de gemeente met als conclusie dat de scholen samen zouden gaan op de locatie Zeewijkschool aan de Laan van Blois. Ik was 1 van die ouders en had zoiets van “Oh ja, waarom zijn wij daar niet bij betrokken? Hebben wij daar misschien ook nog iets over te zeggen?” Er waren meer ouders die er zo over dachten en binnen de kortste keren hadden we een actiecomité dat zich er tegenaan ging bemoeien. Op de barricades voor het belang van onze kinderen.
Vele heftige discussies met de toenmalige raadsleden en wethouder Jan Baas volgden. We hadden veel bezwaren, waren bang voor veel te weinig buitenspeelruimte en voor de vele noodlokalen die geplaatst zouden moeten worden. Om maar niet te spreken van de gevaarlijke Wijk aan Duinerweg die overgestoken zou moeten worden. Maar we kregen niet het idee dat we serieus werden genomen. Wij voerden actie, spraken in bij commissievergaderingen, kwamen op de radio in Spijkers met Koppen, lieten de raadleden onze “droom” zien, de locatie aan de Plantage van de oude mavo waar een prachtige nieuwe school zou kunnen verrijzen met ook kinderopvang en peuterspeelzaal erin. Maar we waren onze tijd ver vooruit. Er was nog geen raadslid die een multifunctionele accommodatie zag zitten. We moesten en zouden naar de Laan van Blois, er kwamen noodlokalen (later permanente aanbouw), het schoolplein werd kleiner en uiteindelijk kwam er een rotonde om de Wijk aan Duinerweg over te steken (al werd het daardoor niet superveilig). Onze droom spatte uiteen.
Maar wat bleef hangen was de onmacht dat je met goede plannen de wethouder en de raad niet kon overtuigen. “Ze” waren nog steeds de baas. En uiteindelijk zou dat gevoel ervoor zorgen dat ik enkele jaren later alsnog de raad ben ingegaan.
Volgende aflevering: laatste deel van de serie “politiek nest”, met een verrassend eind. Mis het niet!
donderdag 21 januari 2010
Een politiek nest, deel 1
Binnen de politiek zie je het vaker. De hobby wordt overgedragen van generatie op generatie. Het lijkt wel in het DNA te zitten. In de Beverwijkse raad zijn daar ook voorbeelden van te vinden. Zo was Theo Kellenaar ooit raadslid voor D’66 en is zoon Vincent Kellenaar raadslid geworden voor het CDA. En zelf ben ik dochter van voormalig raadslid Jeanne de Hen-Brand. Zij heeft ruim tien jaar in de raad gezeten, zo rond de jaren 70/80.
Hoe is dat nu om een ouder te hebben die in de gemeenteraad zit? Dat kan best vervelend zijn. Tijdens de jaren dat mijn moeder in de raad zat, groeiden mijn zus en ik op van schoolkinderen, naar pubers, naar jongvolwassenen. Wat krijg je dan mee van de Beverwijkse politiek? In ieder geval dat het veel vergaderen was, en lang vergaderen. Voor mijn moeder althans en voor de meeste andere raadsleden. Maar niet iedereen bleef lang, want in die tijd was er nog sprake van presentiegeld. Sommige raadsleden kwamen binnen, zetten hun handtekening en gingen weer weg. Het geld was weer binnen, dus dat politici zakkenvullers worden genoemd dateert misschien wel uit die tijd :) Verder dat de emoties vaak hoog opliepen, vooral tussen de haantjes in de raad. Mijn moeder heeft regelmatig moeten bemiddelen in de tijd dat ‘mediation’ nog niet bestond.
Als we thuiskwamen uit school, was onze moeder vaak in het stadskantoor stukken aan het lezen. Ze nam daar altijd lang de tijd voor, want ze las niet snel en wilde wel alles goed kunnen doorgronden. Ondertussen konden mijn zus en ik ongestoord ruzie maken en zeker tijdens de puberteit vlogen de boeken wel eens over tafel. Als tweeling kun je daar niets aan doen: je staat met elkaar op, zit de hele dag samen op school, maakt samen huiswerk en gaat tegelijkertijd naar bed. Irritaties lopen dan soms hoog op en als er thuis geen toezichthouder is, gaat het wel eens mis.
En dan ’s avonds: snel eten, want moeder moest weer naar het stadskantoor voor een vergadering. Ik weet nog dat ze vaak last had van hoofdpijn en dat wij dan zeiden dat ze maar niet moest gaan. “Ja, maar ik moet naar de fractievergadering”, was dan het antwoord. Want natuurlijk was er altijd net een punt waar ze beslist ook haar mening over wilde geven. Heel plichtsgetrouw fietste ze dan weer in de richting van het Kennedyplein om haar bijdrage te leveren aan de lokale democratie.
In die tijd was politiek ‘ het ding’ van zeer bevlogen mensen. Het was de tijd dat je moest knokken voor een plekje in de raad. Men stond te dringen om er ook in te mogen. Idealen vierden hoogtij en zelfs binnen partijen waren duidelijke stromingen te onderscheiden die strijd met elkaar leverden. Leverde mijn moeder ook strijd? Had zij ook idealen? Jazeker. Zij heeft ervoor geknokt om het roken uit de vergaderzaal te weren (sommige verstokte rokers hebben haar dat lang kwalijk genomen). Zij heeft geknokt voor het vrijliggende fietspad langs de Spoorsingel, ze knokte voor het openbaar onderwijs. En nog voor veel meer andere zaken, want haar interesses waren breed.
En dat is misschien wel iets waardoor je toch uiteindelijk door het politieke virus besmet wordt: het idealisme dat je hebt gezien bij je vader of moeder en waar je respect voor had. De ideeën die ze thuis tijdens het avondeten (hè bah, weer andijvie ) op tafel legde, waarvan je dacht:” Ja, zo denk ik er ook over”. Het knokken voor iets dat je de moeite waard vindt, is ook voor kinderen heel herkenbaar als goede eigenschap. Zo keek ik er tenminste tegen aan. Maar toch, er waren ook veel zaken die ook al in die tijd niet goed gingen. Men besodemieterde elkaar soms, waardoor grote tegenstellingen gecreëerd werden die onoverbrugbaar leken en veel bloed, zweet en tranen kostten om weer op te lossen. Dat heb ik ook meegekregen. Bij mij als jongere overheerste daardoor het gevoel: “Ik ga later echt nooit in de raad.”
Maar, uiteindelijk ben ik toch raadslid en later zelfs wethouder geworden. Hoe zou dat dan komen? Volg mijn blog en ik zal in deze serie “ politiek nest” daar meer over vertellen. Want het politieke virus is een sluimerend virus en uiteindelijk slaat het toch toe!
Hoe is dat nu om een ouder te hebben die in de gemeenteraad zit? Dat kan best vervelend zijn. Tijdens de jaren dat mijn moeder in de raad zat, groeiden mijn zus en ik op van schoolkinderen, naar pubers, naar jongvolwassenen. Wat krijg je dan mee van de Beverwijkse politiek? In ieder geval dat het veel vergaderen was, en lang vergaderen. Voor mijn moeder althans en voor de meeste andere raadsleden. Maar niet iedereen bleef lang, want in die tijd was er nog sprake van presentiegeld. Sommige raadsleden kwamen binnen, zetten hun handtekening en gingen weer weg. Het geld was weer binnen, dus dat politici zakkenvullers worden genoemd dateert misschien wel uit die tijd :) Verder dat de emoties vaak hoog opliepen, vooral tussen de haantjes in de raad. Mijn moeder heeft regelmatig moeten bemiddelen in de tijd dat ‘mediation’ nog niet bestond.
Als we thuiskwamen uit school, was onze moeder vaak in het stadskantoor stukken aan het lezen. Ze nam daar altijd lang de tijd voor, want ze las niet snel en wilde wel alles goed kunnen doorgronden. Ondertussen konden mijn zus en ik ongestoord ruzie maken en zeker tijdens de puberteit vlogen de boeken wel eens over tafel. Als tweeling kun je daar niets aan doen: je staat met elkaar op, zit de hele dag samen op school, maakt samen huiswerk en gaat tegelijkertijd naar bed. Irritaties lopen dan soms hoog op en als er thuis geen toezichthouder is, gaat het wel eens mis.
En dan ’s avonds: snel eten, want moeder moest weer naar het stadskantoor voor een vergadering. Ik weet nog dat ze vaak last had van hoofdpijn en dat wij dan zeiden dat ze maar niet moest gaan. “Ja, maar ik moet naar de fractievergadering”, was dan het antwoord. Want natuurlijk was er altijd net een punt waar ze beslist ook haar mening over wilde geven. Heel plichtsgetrouw fietste ze dan weer in de richting van het Kennedyplein om haar bijdrage te leveren aan de lokale democratie.
In die tijd was politiek ‘ het ding’ van zeer bevlogen mensen. Het was de tijd dat je moest knokken voor een plekje in de raad. Men stond te dringen om er ook in te mogen. Idealen vierden hoogtij en zelfs binnen partijen waren duidelijke stromingen te onderscheiden die strijd met elkaar leverden. Leverde mijn moeder ook strijd? Had zij ook idealen? Jazeker. Zij heeft ervoor geknokt om het roken uit de vergaderzaal te weren (sommige verstokte rokers hebben haar dat lang kwalijk genomen). Zij heeft geknokt voor het vrijliggende fietspad langs de Spoorsingel, ze knokte voor het openbaar onderwijs. En nog voor veel meer andere zaken, want haar interesses waren breed.
En dat is misschien wel iets waardoor je toch uiteindelijk door het politieke virus besmet wordt: het idealisme dat je hebt gezien bij je vader of moeder en waar je respect voor had. De ideeën die ze thuis tijdens het avondeten (hè bah, weer andijvie ) op tafel legde, waarvan je dacht:” Ja, zo denk ik er ook over”. Het knokken voor iets dat je de moeite waard vindt, is ook voor kinderen heel herkenbaar als goede eigenschap. Zo keek ik er tenminste tegen aan. Maar toch, er waren ook veel zaken die ook al in die tijd niet goed gingen. Men besodemieterde elkaar soms, waardoor grote tegenstellingen gecreëerd werden die onoverbrugbaar leken en veel bloed, zweet en tranen kostten om weer op te lossen. Dat heb ik ook meegekregen. Bij mij als jongere overheerste daardoor het gevoel: “Ik ga later echt nooit in de raad.”
Maar, uiteindelijk ben ik toch raadslid en later zelfs wethouder geworden. Hoe zou dat dan komen? Volg mijn blog en ik zal in deze serie “ politiek nest” daar meer over vertellen. Want het politieke virus is een sluimerend virus en uiteindelijk slaat het toch toe!
Abonneren op:
Posts (Atom)